Art. 7:398 Burgerlijk Wetboek Boek 7
Lid 1
Een overeenkomst als bedoeld in de artikelen 396 en 397 gaat niet van rechtswege teniet door de dood van de verpachter of van de pachter.
Lid 2
Na de dood van de pachter zet dan wel zetten diens echtgenoot of geregistreerde partner, een of meer van diens bloed- of aanverwanten in de rechte lijn, een of meer van diens pleegkinderen of iedere medepachter of onderpachter de in lid 1 bedoelde overeenkomst voort, tenzij de verpachter na het overlijden van de pachter schriftelijk wordt medegedeeld dat daarvan wordt afgezien.
Lid 3
Een mededeling als bedoeld in het tweede lid geschiedt:
binnen één maand na het overlijden van de pachter, voor zover het een overeenkomst als bedoeld in artikel 396 betreft;
binnen drie maanden na het overlijden van de pachter, voor zover het een overeenkomst als bedoeld in artikel 397 betreft.
Recente uitspraken
Art. 7:398 BW is sinds 2020 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Centrale Grondkamer.
- ECLI:NL:CG:2020:5 — 02-03-2020 Centrale Grondkamer
Artikel 7:319 BW, artikel 7:397 lid 1 BW, artikel 7:399 BW, artikel 7:361 lid 1 BW, artikel 7:377 BW, artikel 7:398 BW Goedkeuring geliberaliseerde pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 7:397 lid 1 BW. Beding tot tussentijdse beëindiging via opzegging in geval van overlijden… - ECLI:NL:CG:2020:12 — 02-03-2020 Centrale Grondkamer
Centrale Grondkamer, pachtrecht Artikelen 7:319, 7:397 lid 1, 7:399, 7:361 lid 1, 7:377 en 7:398 BW Goedkeuring geliberaliseerde pachtovereenkomst. Beding tot tussentijdse beëindiging via opzegging in geval de bestemming van het gepachte wijzigt en die bestemming in…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.