Art. 7:129f Burgerlijk Wetboek Boek 7

Indien is overeengekomen dat een lener de geleende geldsom terug zal betalen, wanneer hij daartoe in staat zal zijn, zal de rechter, naar gelang van de omstandigheden, het tijdstip van de opeisbaarheid nader kunnen bepalen.

Recente uitspraken

Art. 7:129f BW is sinds 2017 in 28 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Gelderland, Hof Arnhem-Leeuwarden en Rb. Noord-Holland.

  • ECLI:NL:GHARL:2025:5636 — 09-09-2025 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Zoon, die voor druggerelateerde vergrijpen gedetineerd is geweest, ontvangt na zijn vrijlating een erfenis van twee ton van een oom. Hij pretendeert vervolgens een vordering op zijn ouders te hebben ter zake van twee betalingen die hij daarna aan hen heeft gedaan. Met dit geld…
  • ECLI:NL:GHDHA:2025:599 — 15-04-2025 Hof Den Haag
    Geldvorderingen, voor een deel gegrond op nakoming van een leningsovereenkomst en voor een ander deel op onrechtmatige daad.
  • ECLI:NL:GHARL:2024:6644 — 29-10-2024 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Tussenarrest. Overeenkomst van geldlening, onverschuldigde betaling of schenking? Bewijsopdracht.
  • ECLI:NL:GHAMS:2023:568 — 07-03-2023 Hof Amsterdam
    Uitleg van overeenkomst ter beëindiging van arbeidsovereenkomst waarin is bepaald dat andere entiteit dan werkgever het salaris zal voldoen onder een opschortende voorwaarde die niet is ingetreden en de vraag of sprake is van dwaling dan wel een overeenkomst in strijd met de…
  • ECLI:NL:GHARL:2022:5964 — 12-07-2022 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Overeenkomsten van geldlening in de familiesfeer. Opeisbaarheid? Toepassing van art. 7:129f BW.

Bekijk alle 28 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.