Art. 7:129b Burgerlijk Wetboek Boek 7
Indien de uitlener een natuurlijke persoon is die niet in de uitoefening van een beroep of bedrijf handelt, bindt de overeenkomst hem niet voordat het geld daadwerkelijk aan de lener is verstrekt of de uitlener zich schriftelijk tot de verstrekking verbonden heeft.
Recente uitspraken
Art. 7:129b BW is sinds 2023 in 4 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Hof 's-Hertogenbosch en Rb. Overijssel.
- ECLI:NL:GHSHE:2025:260 — 04-02-2025 Hof 's-Hertogenbosch
ontvankelijkheid hoger beroep art. 3:301 lid 2 BW; bewijs koopovereenkomst; schriftelijkheidseis 7:2 BW - ECLI:NL:GHAMS:2023:1863 — 01-08-2023 Hof Amsterdam
Overeenkomst van geldlening. Artikel 7:129b BW strekt ter bescherming van de geldlener. Een mondelinge toezegging om geld te lenen bindt de uitlener niet. Die situatie doet zich hier niet voor. In principaal appel oordeelt het hof dat voldoende is gesteld om aan te nemen dat… - ECLI:NL:RBZWB:2025:7027 — 15-10-2025 Rb. Zeeland-West-Brabant
Centraal in deze zaak staat de vraag of sprake is van een geldlening die terugbetaald moet worden. Daarbij is van belang dat de eisende partij moet stellen en zo nodig bewijzen dat sprake is van een lening, waardoor zij recht heeft op terugbetaling. De kantonrechter is van… - ECLI:NL:RBOVE:2024:3151 — 11-06-2024 Rb. Overijssel
Leenovereenkomst. Is geld uitgeleend aan zoon in privé of zijn B.V. (die failliet is gegaan). Vordering van executeur testamentair.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.