Art. 7:60 Burgerlijk Wetboek Boek 7
Lid 1
De kredietgever of, in voorkomend geval, de kredietbemiddelaar, verstrekt de consument geruime tijd voordat deze door een kredietovereenkomst of een aanbod wordt gebonden, de in de artikelen 5 en 6 van de Richtlijn voorgeschreven precontractuele informatie, op de in die artikelen voorgeschreven wijze.
Lid 2
De kredietgever of, in voorkomend geval, de kredietbemiddelaar, verstrekt de consument geruime tijd voordat deze door een overeenkomst of een aanbod betreffende effectenkrediet wordt gebonden, de in artikel 6 van de Richtlijn voorgeschreven precontractuele informatie, met uitzondering van de informatie, bedoeld in lid 1, onderdelen c, d, f, h en k van dat artikel, op de in dat artikel voorgeschreven wijze. Daarbij deelt de kredietgever of, in voorkomend geval, de kredietbemiddelaar, de consument eveneens mee:
dat een doorlopend krediet wordt verleend of toegezegd tegen onderpand van een effectenportefeuille en dat de kredietlimiet afhankelijk is van een bepaald dekkingspercentage en, indien van toepassing, bepaalde spreidingseisen;
welk dekkingspercentage en welke spreidingseisen worden gehanteerd ten aanzien van de in onderpand gegeven effectenportefeuille, en
in het geval dat de kredietgever voor verschillende soorten financiële instrumenten andere dekkingspercentages hanteert, per soort financieel instrument, welk dekkingspercentage daarop van toepassing is.
Lid 3
Indien de kredietgever of, in voorkomend geval, de kredietbemiddelaar, lid 1 of 2 niet in acht neemt, verricht hij een oneerlijke handelspraktijk als bedoeld in artikel 193b van Boek 6.
Recente uitspraken
Art. 7:60 BW is sinds 2016 in 152 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Noord-Holland, Rb. Amsterdam en Rb. Zeeland-West-Brabant.
- ECLI:NL:HR:2025:1008 — 27-06-2025 Hoge Raad
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Mogelijkheid om achteraf te betalen bij aankoop in webwinkel. Vragen over vorderingen uit hoofde van achteraf-betaalservice en (ambtshalve) beoordeling daarvan door rechter in het licht van afdeling 1 van titel 7:2A BW en Richtlijn… - ECLI:NL:HR:2023:1006 — 30-06-2023 Hoge Raad
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Mogelijkheid om achteraf te betalen bij aankoop in webwinkel. Vragen over vorderingen uit hoofde van achteraf betaalservice en (ambtshalve) beoordeling daarvan door rechter in het licht van afdeling 1 van titel 7:2A BW en Richtlijn… - ECLI:NL:HR:2023:778 — 26-05-2023 Hoge Raad
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Mogelijkheid om achteraf te betalen bij aankoop in webwinkel. Vragen over vorderingen uit hoofde van achteraf-betaalservice en (ambtshalve) beoordeling daarvan door rechter in het licht van afdeling 1 van titel 7:2A BW en Richtlijn… - ECLI:NL:HR:2016:236 — 12-02-2016 Hoge Raad
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Telefoonabonnement met ‘gratis’ telefoon; uitwerking van HR 13 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1385, NJ 2015/477 (Lindorff/Statia). Voldoet ‘all-in prijs’ voor abonnement en toestel aan art. 7:61 lid 2 BW en art. 7A:1576 lid 2 BW? Ambtshalve… - ECLI:NL:GHARL:2026:5812 — 08-09-2026 Hof Arnhem-Leeuwarden
Artikelen 7:60 en 7:61 BW,4:34 lid 1 Wft en 237 lid 1 Rv. Richtlijn consumentenkrediet en Richtlijn 93/13 EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. In vervolg op: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 maart 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:1797.…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.