Art. 7:68 Burgerlijk Wetboek Boek 7
Lid 1
De consument heeft het recht om zich te allen tijde geheel of gedeeltelijk van zijn verplichtingen op grond van een kredietovereenkomst te kwijten. In dat geval heeft hij recht op een verlaging van de totale kredietkosten, bestaande uit de interesten en de kosten gedurende de resterende duur van de overeenkomst.
Lid 2
De kredietgever heeft in geval van een vervroegde aflossing recht op een billijke en objectief gegronde vergoeding voor eventuele kosten die hiermee rechtstreeks verband houden, mits de vervroegde aflossing valt in een termijn waarvoor een vaste debetrentevoet geldt. De vergoeding mag niet hoger zijn dan:
0,5% van het vervroegd afgeloste kredietbedrag, indien de termijn tussen de vervroegde aflossing en het overeengekomen einde van de kredietovereenkomst ten hoogste één jaar is;
1% van het vervroegd afgeloste kredietbedrag, indien de termijn tussen de vervroegde aflossing en het overeengekomen einde van de kredietovereenkomst langer is dan één jaar.
Lid 3
In afwijking van lid 2, onderdelen a en b, kan de kredietgever de consument bij kredieten boven € 75 000 een hogere vergoeding in rekening brengen, indien hij aannemelijk maakt dat het door de vervroegde aflossing geleden verlies het krachtens lid 2 bepaalde bedrag overstijgt. Het verlies bestaat uit het verschil tussen de oorspronkelijk overeengekomen rentevoet en de rentevoet waartegen de kredietgever een lening kan verstrekken ter hoogte van het vervroegd afgeloste bedrag op de markt op het ogenblik van de vervroegde aflossing. Bij de bepaling van het verlies wordt tevens rekening gehouden met de administratieve kosten van de vervroegde aflossing.
Lid 4
De in de leden 2 en 3 bedoelde vergoeding mag niet hoger zijn dan het rentebedrag dat de consument zou hebben betaald gedurende de termijn tussen de vervroegde aflossing en het overeengekomen einde van de kredietovereenkomst.
Lid 5
De kredietgever kan de consument geen vergoeding als bedoeld in lid 2 of lid 3 in rekening brengen:
als de vervroegde aflossing heeft plaatsgevonden uit hoofde van een verzekeringscontract dat bedoeld is om een kredietaflossingsgarantie te bieden, of
bij een geoorloofde debetstand op een rekening.
Recente uitspraken
Art. 7:68 BW is sinds 2014 in 5 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Rb. Amsterdam en Rb. Gelderland.
- ECLI:NL:GHAMS:2020:3476 — 15-12-2020 Hof Amsterdam
Vergoeding bij tussentijdse aflossing hypothecaire geldeling. Rabobank mocht conform het bepaalde in artikel 22 onder d. van haar Algemene voorwaarden voor particuliere geldleningen bij tussentijdse aflossing haar financiële nadeel, bestaande uit het verschil tussen de… - ECLI:NL:GHAMS:2016:3242 — 09-08-2016 Hof Amsterdam
Prejudiciële vraag (art 392 Rv), effectenleaseovereenkomst, ontbinding overeenkomst, verschuldigdheid resterende termijnen op grond van art. 6 Bijzondere voorwaarden. De aan de Hoge Raad voorgelegde vragen zijn: 1. is art. 6 Bijzondere voorwaarden in samenhang met art. 15… - ECLI:NL:RBAMS:2021:1459 — 25-03-2021 Rb. Amsterdam
Een vrouw mocht de gesloten overeenkomsten met een zalencentrum in Nieuw-West voor onder meer zaalhuur en catering voor haar huwelijksfeest op 10 april 2020 ontbinden en krijgt haar aanbetaling (ruim 2.600 euro) terug. - ECLI:NL:RBGEL:2020:4764 — 02-09-2020 Rb. Gelderland
Ambtshalve toetsing consumentenkredietovereenkomst. Omstandigheid dat consument het Europese standaardformulier voor gezien heeft getekend op dezelfde dag als waarop de kredietovereenkomst is gesloten, brengt niet met zich dat voorgeschreven informatie niet tijdig als bedoeld in… - ECLI:NL:RBZWB:2014:1168 — 12-02-2014 Rb. Zeeland-West-Brabant
Kennelijk onredelijk ontslag op grond van het gevolgencriterium. Aan werknemer, die op het moment van ontslag 36 jaar oud en 14 jaar bij de werkgever in dienst is, wordt, rekening houdend met de omstandigheden van het geval, een schadevergoeding toegekend van € 3.023,- bruto.…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.