Art. 7:317 Burgerlijk Wetboek Boek 7
Lid 1
De pachtovereenkomst, de overeenkomst tot wijziging en die tot beëindiging van een pachtovereenkomst moeten schriftelijk worden aangegaan.
Lid 2
Zolang de overeenkomst niet schriftelijk is aangegaan, kan de meest gerede partij de schriftelijke vastlegging daarvan vorderen.
Lid 3
In het in het vorige lid bedoelde geval legt de rechter de overeenkomst schriftelijk vast met dien verstande dat nietige bedingen, zoveel mogelijk overeenkomstig de bedoelingen van partijen, in overeenstemming worden gebracht met de wet.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 7:317 BW is sinds 1994 in 28 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden, Hof Arnhem en Rb. Midden-Nederland.
- ECLI:NL:HR:2019:2034 — 20-12-2019 Hoge Raad
Contractenrecht; pachtrecht. Wie is de contractuele wederpartij? HR 11 maart 1977, ECLI:NL:HR:1977:AC1877 (Kribbebijter). Maatstaf om overeenkomst als pachtovereenkomst aan te merken; art. 7:311 BW;. Onderscheid tussen uitleg en kwalificatie. Bedoeling van partijen. - ECLI:NL:RVS:2023:2781 — 19-07-2023 Raad van State
Bij besluit van 24 juni 2019 heeft het college van gedeputeerde staten van Fryslân een aanvraag van [appellant] om een tegemoetkoming in schade die ganzen hebben toegebracht aan door hem gepachte gronden afgewezen. [appellant] heeft een overeenkomst gesloten met Stichting… - ECLI:NL:GHARL:2025:4336 — 15-07-2025 Hof Arnhem-Leeuwarden
Tussenarrest. Broers hebben mondelinge pacht tot wederopzegging afgesproken in afwijking van schriftelijke pachtovereenkomsten op grond van artikel 70f lid 5 Pw. Dat moet gekwalificeerd worden als reguliere pacht. - ECLI:NL:GHARL:2023:1542 — 21-02-2023 Hof Arnhem-Leeuwarden
7:317 BW. Geïntimeerde heeft appellant twee percelen in gebruik gegeven. Het ene perceel heeft appellant een jaar gebruikt en het andere iets langer. Volgens appellant is sprake van een reguliere pachtverhouding en hij vordert vastlegging daarvan. De pachtkamer in Leeuwarden… - ECLI:NL:GHARL:2023:601 — 24-01-2023 Hof Arnhem-Leeuwarden
7:317 BW Junior werkte voorheen in het bloembollenbedrijf van zijn vader en heeft zelf een bedrijf in de pioenteelt. Senior heeft junior grond voor de pioenteelt ter beschikking gesteld waarvoor junior heeft betaald. Beiden gebruikten de schuren die bij het land hoorden. De…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.