Art. 7:650 Burgerlijk Wetboek Boek 7
Lid 1
De werkgever kan slechts boete stellen op de overtreding van de voorschriften van de arbeidsovereenkomst, indien in de arbeidsovereenkomst de voorschriften op de overtreding waarvan boete is gesteld en het bedrag van de boete zijn vermeld.
Lid 2
De overeenkomst waarbij boete wordt bedongen, wordt schriftelijk aangegaan.
Lid 3
De overeenkomst waarbij boete is bedongen, vermeldt nauwkeurig de bestemming van de boete. Zij mogen noch onmiddellijk noch middellijk strekken tot persoonlijk voordeel van de werkgever zelf of van degene aan wie de werkgever de bevoegdheid heeft verleend om aan werknemers een boete op te leggen.
Lid 4
Iedere boete, in een overeenkomst bedongen, is op een bepaald bedrag gesteld, uitgedrukt in het geld waarin het loon in geld is vastgesteld.
Lid 5
Binnen een week mag aan de werknemer geen hoger bedrag aan gezamenlijke boetes worden opgelegd dan zijn in geld vastgesteld loon voor een halve dag. Geen afzonderlijke boete mag hoger dan dit bedrag worden gesteld.
Lid 6
Elk beding in strijd met enige bepaling van dit artikel is nietig. Echter mag, doch alleen ten aanzien van werknemers wier in geld vastgesteld loon per uur meer bedraagt dan het voor hen geldende minimumloon bij schriftelijk aangegane overeenkomst van de bepalingen van de leden 3, 4 en 5 worden afgeweken. Is zulks geschied, dan zal de rechter steeds bevoegd zijn de boete op een kleinere som te bepalen, indien de opgelegde boete hem bovenmatig voorkomt.
Lid 7
Ondergaat het bedrag van het loon, genoemd in lid 6, wijziging, dan wordt de werking van bedingen waarbij van de leden 3, 4 en 5 is afgeweken, geschorst jegens de werknemer wiens in geld vastgesteld loon niet meer bedraagt dan het gewijzigde bedrag van het minimumloon.
Lid 8
Onder het stellen en bedingen van boete in de zin van dit artikel wordt begrepen het door de werkgever bedingen van boete als bedoeld in de artikelen 91 tot en met 94 van Boek 6.
Recente uitspraken
Art. 7:650 BW is sinds 2000 in 204 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Rb. Midden-Nederland en Hof Arnhem-Leeuwarden.
- ECLI:NL:GHSHE:2025:347 — 11-02-2025 Hof 's-Hertogenbosch
eisvermindering ten aanzien van concurrentiebeding, veroordeling tot betaling van boete wegens schending nevenwerkzaamhedenbeding, matiging. - ECLI:NL:GHARL:2024:6096 — 01-10-2024 Hof Arnhem-Leeuwarden
Uitleg geheimhoudingsbeding, onrechtmatige uitlating en rechtvaardigingsgrond, optreden onrechtmatig uitlaten door advocaat tegenover voormalig client, Gedragsregel 15. - ECLI:NL:GHARL:2024:2293 — 26-03-2024 Hof Arnhem-Leeuwarden
Loonvordering cao beroepsgoederenvervoer over de weg: doorbetaling van meeruren van een parttimer tijdens ziekte? Is een nevenwerkzaamhedenbeding met terugwerkende kracht nietig vanwege de inwerkingtreding per 1 augustus 2022 van art. 7:653a BW, zodat geen boete is verschuldigd… - ECLI:NL:GHDHA:2023:2337 — 12-12-2023 Hof Den Haag
Ontslag op staande voet wegens overtreding nevenwerkzaamhedenverbod. Bepaling boetebedrag. Beroep op matiging. Welke maatstaf? Afrekening vakantie. Hof slaat geen acht op overgelegde productie die een eigen relaas van werknemer inhoudt van 39 blz. - ECLI:NL:GHARL:2023:3896 — 09-05-2023 Hof Arnhem-Leeuwarden
Kort geding. Duur concurrentie- en relatiebeding verlengd in vaststellingsovereenkomst. Maatstaf voor beoordeling van een vordering tot schorsing: art. 7:653 lid 3 BW of art. 6: 248/258 BW? Rol van grondrecht van vrije keuze van arbeid (art. 19 lid 3 Gw).
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.