Art. 7:930 Burgerlijk Wetboek Boek 7

Lid 1

Indien aan de in artikel 928 omschreven mededelingsplicht niet is voldaan, bestaat alleen recht op uitkering overeenkomstig de leden 2 en 3.

Lid 2

De bedongen uitkering geschiedt onverkort, indien de niet of onjuist meegedeelde feiten van geen belang zijn voor de beoordeling van het risico, zoals dit zich heeft verwezenlijkt.

Lid 3

Indien aan lid 2 niet is voldaan, maar de verzekeraar bij kennis van de ware stand van zaken een hogere premie zou hebben bedongen, of de verzekering tot een lager bedrag zou hebben gesloten, wordt de uitkering verminderd naar evenredigheid van hetgeen de premie meer of de verzekerde som minder zou hebben bedragen. Zou de verzekeraar bij kennis van de ware stand van zaken andere voorwaarden hebben gesteld, dan is slechts een uitkering verschuldigd als waren deze voorwaarden in de overeenkomst opgenomen.

Lid 4

In afwijking van de leden 2 en 3 is geen uitkering verschuldigd indien de verzekeraar bij kennis van de ware stand van zaken geen verzekering zou hebben gesloten. De verzekeringnemer die te goeder trouw heeft gehandeld, is in dit geval evenmin premie verschuldigd. De verzekeraar heeft recht op een billijke vergoeding van de te zijnen laste gekomen kosten.

Lid 5

In afwijking van de leden 2 en 3 is geen uitkering verschuldigd aan de verzekeringnemer of de derde, bedoeld in artikel 928 lid 2 of lid 3, die heeft gehandeld met het opzet de verzekeraar te misleiden. Evenmin is een uitkering verschuldigd aan de derde indien de verzekeringnemer, met het opzet de verzekeraar te misleiden, niet heeft voldaan aan de mededelingsplicht betreffende de derde.

Wordt genoemd in:

Recente uitspraken

Art. 7:930 BW is sinds 2008 in 158 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Hof Arnhem-Leeuwarden en Hof 's-Hertogenbosch.

  • ECLI:NL:HR:2025:1082 — 04-07-2025 Hoge Raad
    Verbintenissenrecht. Verzekeringsrecht. Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM). Ontvankelijkheid. Formele procespartij bij meerderjarigenbewind. Inzittende maakt jegens WAM-verzekeraar aanspraak op vergoeding van schade door eenzijdig verkeersongeval. Verzekeraar…
  • ECLI:NL:HR:2023:1050 — 07-07-2023 Hoge Raad
    Verzekeringsrecht. Verzekerde voldoet niet aan mededelingsplicht art. 7:928 BW. Op welk moment gaat vervaltermijn van art 7:929 lid 1 BW lopen waarbinnen verzekeraar beroep op verzwijging kan doen? "Ontdekking", subjectieve bekendheid, onderzoeksplicht?
  • ECLI:NL:HR:2022:1091 — 15-07-2022 Hoge Raad
    Art. 81 lid 1 RO. Verzekeringsrecht. Procesrecht. Art. 7:930 lid 4 BW. Had verzekeraar bij kennis van ware stand van zaken omtrent strafrechtelijk verleden van verzekerde als redelijk handelend verzekeraar de verzekeringsovereenkomst gesloten? Had hof partijen over…
  • ECLI:NL:HR:2020:311 — 21-02-2020 Hoge Raad
    Verzekeringsrecht; arbeidsongeschiktheidsverzekering. Schending mededelingsplicht door geen mededeling te doen van uitbreiding van werkzaamheden. Is sprake van opzet de verzekeraar te misleiden als bedoeld in art. 7:941 lid 5 BW? HR 25 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:507.…
  • ECLI:NL:HR:2018:1841 — 05-10-2018 Hoge Raad
    Verzekeringsrecht. Verzwijging, rechtsgevolgen; art. 7: 928 BW, art. 7:929 lid 1 BW, art. 7:930 lid 3 BW. Vraag of verzekeraar de verzekering bij kennis van de ware stand van zaken zou zijn aangegaan, art. 7:930 lid 4 BW. Maatstaf van redelijk handelend verzekeraar, betekenis HR…

Bekijk alle 158 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.