Art. 7:275 Burgerlijk Wetboek Boek 7

Lid 1

Indien de rechter een vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst op de gronden, bedoeld in artikel 274 lid 1 onder c en e toewijst, kan hij een bedrag vaststellen dat de verhuurder aan de huurder moet betalen ter tegemoetkoming in diens verhuis- en inrichtingskosten.

Lid 2

De rechter kan, voordat hij een beslissing geeft, waarin dit bedrag wordt vastgesteld, zijn voornemen ter kennis van partijen brengen en een termijn stellen waarbinnen de verhuurder de opzegging kan intrekken. Maakt de verhuurder van deze bevoegdheid gebruik, dan beslist de rechter uitsluitend over de proceskosten.

Lid 3

Bij beëindiging van de huurovereenkomst op de gronden, bedoeld in artikel 274 lid 1 onder c in verbinding met lid 3 en in artikel 274 lid 1 onder e, draagt de verhuurder bij in de kosten die de verhuizing voor de huurder meebrengt.

Lid 4

De minimumbijdrage in de verhuis- en inrichtingskosten voor de huurders van zelfstandige woningen, woonwagens, standplaatsen en ligplaatsen wordt bij ministeriële regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgesteld en zal jaarlijks voor 1 maart worden gewijzigd voor zover de consumentenprijsindex daartoe aanleiding geeft. Het in de eerste zin genoemde bedrag wordt afgerond op hele euro’s.

Lid 5

De verhuurder kan eventuele door de gemeente aan de huurder te verstrekken bijdragen of vergoedingen voor verhuis- of inrichtingskosten in mindering brengen op de hoogte van de bijdrage, bedoeld in het vierde lid.

Wordt genoemd in:

Recente uitspraken

Art. 7:275 BW is sinds 1983 in 82 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Hof 's-Hertogenbosch en Rb. Rotterdam.

  • ECLI:NL:HR:1983:AG4683 — 04-11-1983 Hoge Raad
    Huurrecht woonruimte. Verhuis-en inrichtingskosten art. 7A:1623 e lid 6 BW (thans art. 7:275 BW) en door huurder aangebrachte verbeteringen. Tegemoetkoming in de verhuis-en inrichtingskosten uit art. 7a:1623 e lid 6 BW (thans art. 7:275 BW) kan niet mede omvatten een vergoeding…
  • ECLI:NL:GHDHA:2026:1873 — 03-06-2026 Hof Den Haag
    Zedenzaak (art. 245 Sr en art. 248 Sr). Bewijsoverwegingen over betrouwbaarheid verklaringen aangeefster, steunbewijs en een alternatief scenario. Bewezenverklaring van jarenlange ontucht met stiefdochter (<16 jaar). Mede gelet op tal van strafverzwarende omstandigheden…
  • ECLI:NL:GHARL:2026:3090 — 12-05-2026 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Huurrecht. Huur van woonruimte. Verhuurder vordert beëindiging van de huurovereenkomst vanwege dringend eigen gebruik. Verhuurder wil het pand namelijk slopen vanwege de gebrekkige bouwkundige staat van het pand. Plan van de verhuurder is niet ingegeven door overwegend…
  • ECLI:NL:GHDHA:2024:1957 — 01-10-2024 Hof Den Haag
    Huur woonruimte. Onrechtmatige ontruiming. Schadevergoeding.
  • ECLI:NL:GHARL:2024:4215 — 24-06-2024 Hof Arnhem-Leeuwarden
    De verdachte is veroordeeld voor verkrachting tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar plus een taakstraf van 240 uur subsidiair 120 dagen hechtenis. De vordering van de benadeelde partij is…

Bekijk alle 82 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.