Art. 7:271 Burgerlijk Wetboek Boek 7
Lid 1
In afwijking van artikel 228 lid 1 eindigt een voor bepaalde tijd aangegane huur niet door het enkele verloop van de huurtijd; zij kan door elk van beide partijen worden opgezegd tegen een voor de betaling van de huurprijs overeengekomen dag, niet vallend voor het verstrijken van de bepaalde tijd.
Lid 2
Lid 1 is niet van toepassing op een voor bepaalde tijd voor de duur van twee jaar of korter aangegane huur ingeval van een woonruimte die wordt verhuurd aan personen die deel uitmaken van bij algemene maatregel van bestuur genoemde categorieën van personen. Op deze huurovereenkomsten is artikel 228 lid 1 onverkort van toepassing, mits de verhuurder niet eerder dan drie maanden maar uiterlijk een maand voordat die bepaalde tijd is verstreken, de huurder over de dag waarop die huur verstrijkt schriftelijk informeert. Indien de verhuurder de verplichting, bedoeld in de tweede volzin, niet nakomt, wordt de huurovereenkomst na het verstrijken van de bepaalde tijd, bedoeld in die volzin, voor onbepaalde tijd verlengd. De voor bepaalde tijd aangegane huur, bedoeld in de eerste volzin, kan door de huurder voor het verstrijken van de bepaalde tijd worden opgezegd tegen een voor betaling van de huurprijs overeengekomen dag. Indien na afloop van een voor bepaalde tijd van twee jaar of korter aangegane huur met dezelfde huurder aansluitend opnieuw een huurovereenkomst wordt aangegaan, wordt deze laatste overeenkomst opgevat als een verlenging voor onbepaalde tijd van eerstgenoemde huurovereenkomst.
Lid 3
Een voor onbepaalde tijd aangegane of voor onbepaalde tijd verlengde huur kan door elk van beide partijen worden opgezegd tegen een voor de betaling van de huurprijs overeengekomen dag.
Lid 4
De opzegging moet geschieden bij exploot of bij aangetekende brief. Is in gevolge artikel 266 de echtgenoot of geregistreerde partner van de huurder medehuurder, dan moet de opzegging aan beide echtgenoten of geregistreerde partners afzonderlijk worden gedaan.
Lid 5
De opzegging door de verhuurder moet op straffe van nietigheid de gronden vermelden die tot de opzegging hebben geleid. Een opzegging door de verhuurder op andere dan de in artikel 274 lid 1 genoemde gronden, is nietig. De huurder moet bij de opzegging worden gevraagd binnen zes weken aan de verhuurder mede te delen of hij al dan niet toestemt in beëindiging van de overeenkomst.
Lid 6
Bij de opzegging moeten de volgende termijnen in acht worden genomen:
bij opzegging door de huurder: een termijn gelijk aan de tijd die tussen twee opvolgende voor betaling van de huurprijs overeengekomen dagen verstrijkt, doch niet korter dan een maand en niet langer dan drie maanden;
bij opzegging door de verhuurder: een termijn niet korter dan drie maanden, voor elk jaar dat de huurder krachtens overeenkomst ononderbroken het gehuurde in gebruik heeft gehad verlengd met één maand tot ten hoogste zes maanden.
Lid 7
Een opzegging die in strijd met lid 1, lid 4 of lid 6 onder a is gedaan en een opzegging die op een kortere termijn is gedaan dan die van lid 6 onder b gelden niettemin als waren zij gedaan tegen de voorgeschreven dag en met inachtneming van de voorgeschreven termijn.
Lid 8
Elk beding waarbij in strijd met lid 6 onder a een langere opzegtermijn of waarbij in strijd met lid 6 onder b een kortere opzegtermijn wordt overeengekomen of waarbij van andere bepalingen van dit artikel wordt afgeweken, is nietig. Eveneens is nietig elk beding dat de huur zonder opzegging doet eindigen.
Lid 9
Het ontwerp van een krachtens lid 2 vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt aan beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur kan worden gedaan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken, tenzij binnen die termijn door of namens een der Kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der Kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend.
Lid 10
Dit artikel geldt niet, indien de beëindiging geschiedt met wederzijds goedvinden nadat de huur is ingegaan.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 7:271 BW is sinds 2004 in 369 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Rb. Midden-Nederland en Rb. Limburg.
- ECLI:NL:HR:2023:931 — 16-06-2023 Hoge Raad
Huurrecht. Woonruimte. Vordering verhuurder tot beëindiging huur wegens dringend eigen gebruik. Art. 7:274 lid 1, onder c, BW. Sloop en nieuwbouw met oog op stedenbouwkundige, sociaaleconomische of volkshuisvestelijke doelen. Is vordering tot huurbeëindiging toewijsbaar ook als… - ECLI:NL:HR:2011:BP5612 — 15-04-2011 Hoge Raad
Huur woonruimte. Opzegging door verhuurder wegens dringend eigen gebruik. Art. 7:271, 273, 274 BW. Bij beoordeling rechtmatigheid opzegging mag rechter ook beoogd gebruik anders dan als woonruimte betrekken. Hof mocht, zonder daarmee in strijd te komen met art. 7:273 lid 1,… - ECLI:NL:HR:2005:AT3442 — 03-06-2005 Hoge Raad
3 juni 2005 Eerste Kamer Nr. C04/125HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. J.J.Y. Kleingeld, t e g e n WONINGBOUWVERENIGING HET OOSTEN, gevestigd te Amsterdam, VERWEERSTER in cassatie,… - ECLI:NL:GHARL:2026:4860 — 21-07-2026 Hof Arnhem-Leeuwarden
Haviltex en kwalificatie, combinatie van bruikleen (art. 7A:1777 BW), huur onzelfstandige woonruimte en huur zelfstandige woonruimte (art. 7:201 en 7:233-234 BW). Beëindiging bruikleen en huur onzelfstandige woonruimte, geen beëindiging huur zelfstandige woonruimte (art.… - ECLI:NL:GHAMS:2026:1654 — 16-06-2026 Hof Amsterdam
In deze zaak vordert de verhuurder ontruiming van een woning en beroept zich in dat verband op een beëindigingsovereenkomst met de huurder waarin is bepaald dat de huur per 31 maart 2026 eindigt. De huurder doet een beroep op huurbescherming. De kantonrechter heeft de vordering…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.