Art. 7:281 Burgerlijk Wetboek Boek 7
Lid 1
Indien een verhuurder op wie de rechten en verplichtingen uit de huurovereenkomst op de voet van artikel 226 zijn overgegaan, een krachtens een geldend omgevingsplan aan het verhuurde toegedeelde functie wil verwezenlijken, ontbindt de rechter op vordering van de verhuurder de huurovereenkomst met ingang van een door hem te bepalen dag.
Lid 2
De huurder en de onderhuurder aan wie bevoegdelijk is onderverhuurd of met wie de huurovereenkomst anders op de voet van artikel 269 zou zijn voortgezet, hebben recht op schadeloosstelling. Wanneer de huurtijd of onderhuurtijd zonder de ontbinding nog een jaar of langer zou hebben geduurd, is de schadeloosstelling ten minste gelijk aan de huurprijs van twee jaren. Wanneer de huurtijd of onderhuurtijd zonder de ontbinding minder dan een jaar zou hebben geduurd, is de schadeloosstelling ten minste gelijk aan de huurprijs van een jaar. Bij de berekening van de schade wordt niet gelet op veranderingen die kennelijk zijn tot stand gebracht om de schadeloosstelling te verhogen.
Recente uitspraken
Art. 7:281 BW is sinds 2018 in 9 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Noord-Holland, Hof Amsterdam en Hof Arnhem-Leeuwarden.
- ECLI:NL:GHAMS:2021:676 — 09-03-2021 Hof Amsterdam
Huur woonruimte. Achtereenvolgende huurovereenkomsten voor bepaalde tijd. Beroep op huurbescherming niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Opzegging wegens dringend eigen gebruik slaagt niet, omdat de verhuurder door de woning in gebruik te geven… - ECLI:NL:GHARL:2018:1180 — 06-02-2018 Hof Arnhem-Leeuwarden
Vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst op grond van artikel 7:281 lid 1. Uiteenzetting toetsingskader. De aanwezigheid van de onderhavige woning verdraagt zich niet met de verdere invulling van een bedrijventerrein. De woning valt binnen de geluidzones van het… - ECLI:NL:RBMNE:2026:3676 — 24-06-2026 Rb. Midden-Nederland
Inhoudsindicatie volgt later. - ECLI:NL:RBOBR:2026:2012 — 02-04-2026 Rb. Oost-Brabant
De gemeente kon in de gegeven omstandigheden rechtsgeldig tot huurbeëindiging van de ligplaats van de woonbootbewoners komen. De gevorderde verklaring voor recht dat de huurovereenkomsten tussen de gemeente en de woonbootbewoners zijn geëindigd per 1 juli 2024, is toewijsbaar,… - ECLI:NL:RBGEL:2026:1788 — 20-02-2026 Rb. Gelderland
Huurrecht. Vordering op grond van 7:281 BW (verwezenlijking bestemmingsplan) afgewezen.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.