Art. 7:266 Burgerlijk Wetboek Boek 7

Lid 1

De echtgenoot of geregistreerde partner van een huurder is van rechtswege medehuurder, zolang de woonruimte de echtgenoot of geregistreerde partner tot hoofdverblijf strekt, ongeacht of de huurovereenkomst voor dan wel na het aangaan van het huwelijk of van het geregistreerde partnerschap is gesloten.

Lid 2

Voor de verplichtingen uit de huurovereenkomst, behalve voor zover deze reeds opeisbaar waren voordat de echtgenoot of geregistreerde partner medehuurder werd, zijn de huurder en de medehuurder jegens de verhuurder hoofdelijk aansprakelijk.

Lid 3

Indien de huurovereenkomst ten aanzien van de huurder eindigt, wordt de medehuurder huurder.

Lid 4

Indien de in lid 1 bedoelde echtgenoot of geregistreerde partner hetzij ingevolge een beschikking als bedoeld in artikel 826, lid 1 onder a, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, hetzij ingevolge onderlinge overeenstemming in verband met een verzoek tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed, dan wel ingevolge beëindiging van geregistreerd partnerschap niet het gebruik heeft van de echtelijke woning, brengt dit voor de toepassing van dit artikel geen verandering in het hoofdverblijf.

Lid 5

In geval van echtscheiding of scheiding van tafel en bed of beëindiging van geregistreerd partnerschap kan de rechter op verzoek van een echtgenoot of geregistreerde partner bepalen wie van de echtgenoten of geregistreerde partners huurder van de woonruimte zal zijn. De rechter bepaalt tevens de dag van ingang van de huur met deze echtgenoot of partner. Op dezelfde dag eindigt de huur met de andere echtgenoot of partner.

Recente uitspraken

Art. 7:266 BW is sinds 2003 in 224 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden, Hof Amsterdam en Rb. Amsterdam.

  • ECLI:NL:HR:2021:1964 — 24-12-2021 Hoge Raad
    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Huurrecht. Art. 7:267 lid 7 BW. Scheidingsregeling. Werking jegens verhuurder? HR 13 november 1987, ECLI:NL:HR:1987:AC3287. Overeenkomstige toepassing art. 7:267 lid 7 BW als huurovereenkomst door twee of meer huurders is gesloten met…
  • ECLI:NL:HR:2018:1414 — 31-08-2018 Hoge Raad
    Cassatie in het belang der wet. Familieprocesrecht. Alimentatie. Laat de bijzondere regeling voor voorlopige voorzieningen tijdens de scheidingsprocedure (art. 821-826 Rv) ruimte voor het vaststellen van een voorlopige onderhoudsbijdrage voor de duur van het hoger beroep op de…
  • ECLI:NL:HR:2017:3265 — 22-12-2017 Hoge Raad
    Personen- en familierecht. Echtscheiding, nevenvoorzieningen. Huurrecht woning, art. 7:266 lid 5 BW en art. 827 lid 1, onder e, Rv. Uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
  • ECLI:NL:HR:2009:BH0762 — 03-04-2009 Hoge Raad
    Huurrecht. Ontbinding huurovereenkomst woonruimte wegens ernstige tekortkoming tegenover verhuurder voordat huurder in huwelijk trad; rechtsgevolgen van beëindiging voor de echtgenote als medehuurder in de zin van art. 7:266 BW.
  • ECLI:NL:HR:2007:BA4202 — 14-12-2007 Hoge Raad
    Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over verrekening wegens overbedeling ter zake van huurrecht van echtelijke woning; medehuur echtgenoot; voortzetting huurovereenkomst na echtscheiding, verhouding tussen art. 7:266 lid 5 en 3:185 BW; redelijkheid en billijkheid.

Bekijk alle 224 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.