Art. 7:252c Burgerlijk Wetboek Boek 7
Een verhuurder kan ten aanzien van woonruimte die een zelfstandige woning vormt een voorstel als bedoeld in artikel 252 doen, strekkend tot verhoging van de huurprijs op de grond dat:
bij de aanvang van de bewoning is overeengekomen om gedurende ten hoogste drie jaar na die aanvang de verschuldigde huurprijs stapsgewijs naar de bij die aanvang overeengekomen huurprijs te brengen, die niet hoger is dan het ten tijde van die aanvang krachtens artikel 3 lid 2 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte vastgestelde bedrag;
niet eerder dan drie jaar voor de voorgestelde huurverhogingsdatum de huurprijs op schriftelijk verzoek van de huurder niet is verhoogd respectievelijk is verlaagd anders dan overeenkomstig artikel 252, 252b of 257.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 7:252c BW is sinds 2021 in 7 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam en Rb. Limburg.
- ECLI:NL:RBAMS:2026:7247 — 17-07-2026 Rb. Amsterdam
Kantonrechter stelt prejudiciële vragen over onder meer de splitsing van het huurprijswijzigingsbeding en de vraag of het beding oneerlijk is aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. - ECLI:NL:RBLIM:2024:7334 — 16-10-2024 Rb. Limburg
Verzetzaak; bijzondere overeenkomst; huurrecht; afrekening servicekosten - ECLI:NL:RBLIM:2024:1236 — 13-03-2024 Rb. Limburg
Bijzondere overeenkomst; huurrecht; achterstallige huur - ECLI:NL:RBLIM:2024:129 — 10-01-2024 Rb. Limburg
Bijzondere overeenkomst; huurrecht; overige huurrecht - ECLI:NL:RBAMS:2023:8193 — 07-12-2023 Rb. Amsterdam
Koophuurovereenkomst, toepassing woningwaarderingsstelsel en inkomensafhankelijke huurverhoging. Bij WMO-beschikking per datum afgifte beschikking geen inkomensafhankelijke huurverhoging.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.