Art. 7:248 Burgerlijk Wetboek Boek 7

Lid 1

De huurprijs kan worden verhoogd hetzij op grond van een beding in de huurovereenkomst dat in deze wijziging voorziet, hetzij indien een dergelijk beding niet van kracht is, op de wijze als voorgeschreven in de artikelen 252, 252a, 252c en 253. Gedurende het bestaan van een dergelijk beding is toepassing van de artikelen 252, 252a, 252c en 253 uitgesloten. Indien een dergelijk beding niet meer van kracht is, kan vanaf een tijdvak van twaalf maanden na het tijdstip waarop laatstelijk toepassing is gegeven aan het beding, aan de hiervoor genoemde artikelen toepassing worden gegeven.

Lid 2

Leidt toepassing van een beding als bedoeld in lid 1 tot een verhoging van de huurprijs die hoger is dan toegelaten bij of krachtens artikel 10 lid 2 of artikel 10a van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, dan is het beding nietig voor zover dat beding leidt tot een hogere dan toegelaten verhoging en geldt de huurprijs als verhoogd met de toegelaten verhoging.

Lid 3

Leidt toepassing van een beding in een huurovereenkomst als bedoeld in artikel 247 of artikel 247a tot een verhoging van de huurprijs die hoger is dan toegelaten bij of krachtens artikel 10 lid 3 of artikel 10a lid 2 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, of leidt toepassing van een beding in een huurovereenkomst die betrekking heeft op een middeldure huurwoonruimte als bedoeld in artikel 1 van de Huisvestingswet 2014 tot een verhoging van de huurprijs die hoger is dan toegelaten bij of krachtens artikel 10 lid 4 of artikel 10a lid 2 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, dan is het beding nietig voor zover dat beding leidt tot een hogere dan toegelaten verhoging en geldt de huurprijs als verhoogd met de toegelaten verhoging.

Lid 4

De huurder kan binnen vier maanden na de ingangsdatum van de verhoging van de huurprijs overeenkomstig een beding als bedoeld in het derde lid, de huurcommissie verzoeken uitspraak te doen over die verhoging. De huurcommissie stelt de verhuurder in kennis van het verzoek van de huurder.

Recente uitspraken

Art. 7:248 BW is sinds 2009 in 244 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Rb. Amsterdam en Rb. Noord-Holland.

  • ECLI:NL:HR:2024:1780 — 29-11-2024 Hoge Raad
    Prejudiciële beslissing (art. 392 Rv). Huurrecht; Europees consumentenrecht. Richtlijn oneerlijke bedingen (Richtlijn 93/13/EEG). Huurprijswijzigingsbeding; indexatiebeding en opslagbeding.
  • ECLI:NL:OGHACMB:2026:8 — 21-01-2026 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A
    Sint Maarten. Huurrecht. Art. 7:246 lid 1 en 3 BW. Huurster door het Gerecht in haar beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Geen doorbreking appelverbod. Geen apparaatsfout.
  • ECLI:NL:OGHACMB:2024:44 — 09-04-2024 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A
    Aruba. Artt. 7:752 en 7:274 lid 2 BW. Opzegging huur bedrijfspanden aan Palm Beach Strip. Appelverbod niet van toepassing. Geen toestemming huurcommissie vereist.
  • ECLI:NL:OGHACMB:2023:297 — 15-11-2023 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A
    Sint Maarten. Huur van grond met bebouwing. Huurachterstand. Verjaring. Gezag van gewijsde. Tussenvonnis.
  • ECLI:NL:OGHACMB:2020:248 — 13-10-2020 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A
    Exploitatie van watersport, recreatie- en horecagelegenheid; bruikleen of huur?; gemengde overeenkomst met overheersend huurelement; tegenprestatie; ontruiming; schadevergoeding; verwijzing naar schadestaatprocedure. formele relatie: CUR201601727

Bekijk alle 244 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.