Art. 7:396 Burgerlijk Wetboek Boek 7

Lid 1

De artikelen 313 lid 2, 318–325, 327, 328, 332, 333, 363, 364, 366–374 en 378–384 zijn niet van toepassing op pachtovereenkomsten betreffende los land:

  1. waarvan partijen dat in de pachtovereenkomst hebben bepaald;

  2. die zijn aangegaan voor één- of tweejarige teelten voor de duur van ten hoogste één onderscheidenlijk twee jaar;

  3. die zijn aangegaan voor teelten waarvoor vruchtwisseling noodzakelijk is, en

  4. waarbij overigens is voldaan aan het bepaalde in het tweede en derde lid.

Lid 2

De pachtovereenkomst als bedoeld in het eerste lid wordt door een der partijen ter registratie aan de grondkamer gezonden.

Lid 3

De inzending ter registratie dient binnen twee maanden nadat de pachtovereenkomst is aangegaan te hebben plaatsgevonden. De inzending geschiedt met toepassing van de in de Uitvoeringswet grondkamers voorgeschreven formaliteiten voor een verzoek tot goedkeuring van een pachtovereenkomst en wordt gericht tot de grondkamer die ter zake van een zodanig verzoek bevoegd is. De secretaris van de grondkamer doet ieder der partijen mededeling van een registratie.

Lid 4

Indien de verpachter ten behoeve van een onderverpachting overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid de in artikel 355 bedoelde toestemming niet verleent, kan de pachter de grondkamer machtiging vragen tot de gewenste onderverpachting over te gaan. De grondkamer verleent deze machtiging, wanneer door de onderverpachting het algemeen landbouwbelang gediend wordt en geen redelijk belang van de verpachter zich daartegen verzet. De grondkamer kan aan de machtiging voorwaarden verbinden of daarbij een last opleggen en kan daarbij op verzoek van de verpachter de tegenprestatie in afwijking van de regelen als bedoeld in artikel 327 lid 1 herzien, indien de bij de onderverpachting overeengekomen tegenprestatie daartoe aanleiding geeft.

Recente uitspraken

Art. 7:396 BW is sinds 2016 in 4 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden.

  • ECLI:NL:GHARL:2024:5453 — 27-08-2024 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Onderverhuur met toestemming van verpachte woning. Geen afdracht meerdere van huur boven pachtpenningen bij gebrek aan grondslag, ook niet naar analogie van gedwongen teeltpacht (7:396 BW). Geen ongerechtvaardigde verrijking (6:212 BW). Voorkeursrecht pachter: verklaring veilige…
  • ECLI:NL:GHARL:2019:4172 — 14-05-2019 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Gepacht land besmet door knolcyperus. Gebrek bij aanvang pacht?
  • ECLI:NL:GHARL:2017:7746 — 05-09-2017 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Kwalificatie pachtovereenkomst. 7:311 en 397 BW Na afloop van de duur van een 70fPachtwet overeenkomst, biedt verpachter het land voor een jaar te huur aan. Hof kwalificeert de rechtsverhouding tussen partijen als een reguliere pachtovereenkomst voor de duur van één jaar en legt…
  • ECLI:NL:GHARL:2016:10476 — 27-12-2016 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Artikel 7:396 lid 2, 7:322. Bollenteelt. Teeltpacht? Appellant vordert nakoming van door hem gestelde teeltpachtovereenkomsten tussen hem en geïntimeerde en subsidiair schadevergoeding wegens onrechtmatig gebruik van zijn grond door geïntimeerde na afloop van de teeltpacht. Nu…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.