Art. 7:395 Burgerlijk Wetboek Boek 7

Lid 1

De artikelen 313 lid 2, 317–329, 332, 333, 348 leden 2–4, 350, 363, 364 en 366–384 zijn niet van toepassing op pachtovereenkomsten betreffende los land dat niet groter is dan één hectare.

Lid 2

De grondkamer is bevoegd hetzij voor haar gehele ressort, hetzij voor een gedeelte daarvan, bij besluit voor een bepaalde tak van bodemcultuur de in het vorige lid genoemde oppervlakte te verlagen, doch niet tot minder dan 50 are. De besluiten van de grondkamer worden in de Nederlandse Staatscourant bekendgemaakt.

Lid 3

Dit besluit behoeft de goedkeuring van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Lid 4

Overeenkomsten, in welke vorm en onder welke benaming ook aangegaan welke tot gevolg hebben dat door de ene partij aan de andere partij, – daaronder begrepen natuurlijke of rechtspersonen die in een samenwerkingsverband een landbouwbedrijf uitoefenen – tegen voldoening van een tegenprestatie los land in gebruik wordt gegeven ter uitoefening van de landbouw, gelden voor de toepassing van dit artikel als één overeenkomst. Voor de toepassing van dit artikel worden mede als één overeenkomst in aanmerking genomen die overeenkomsten waarvan op grond van feiten en omstandigheden moet worden aangenomen dat zij niet of voor een andere oppervlakte gesloten zouden zijn indien de oppervlaktegrenzen als bedoeld in dit artikel niet zouden zijn gesteld.

Recente uitspraken

Art. 7:395 BW is sinds 2009 in 9 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden, Rb. Gelderland en Rb. Midden-Nederland.

  • ECLI:NL:GHARL:2025:4336 — 15-07-2025 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Tussenarrest. Broers hebben mondelinge pacht tot wederopzegging afgesproken in afwijking van schriftelijke pachtovereenkomsten op grond van artikel 70f lid 5 Pw. Dat moet gekwalificeerd worden als reguliere pacht.
  • ECLI:NL:GHARL:2022:9505 — 08-11-2022 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Partijen strijden over de vraag of appellant pachter is van twee percelen van geïntimeerde. De pachtkamer heeft geoordeeld dat appellant wel pachter is van het ene perceel maar niet van het andere. Het hof heeft in het tussenarrest beslist dat beide percelen zijn verpacht. Omdat…
  • ECLI:NL:GHARL:2018:48 — 02-01-2018 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Kwalificatie hoevepacht; artikel 7:313 BW. Pachter stelt dat hij bij aanvang niet alleen tuinbouwgrond maar ook een schuur in gebruik heeft gekregen waardoor sprak zou zijn van hoevepacht. Het Hof oordeelt dat het aankomt op uitleg. Pachter heeft niet (voldoende) gesteld dat in…
  • ECLI:NL:RBGEL:2022:7576 — 23-11-2022 Rb. Gelderland
    Het geschil spitst zich met name toe op de vragen of verpachter de pachtovereenkomst met pachter per 31 oktober 2021 heeft mogen opzeggen en of verpachter aansprakelijk is voor de schade die pachter als gevolg van handelen van verpachter stelt te leiden. Pachter wordt in de…
  • ECLI:NL:RBNNE:2022:3203 — 09-08-2022 Rb. Noord-Nederland
    Pachter koopt een deel van het perceel los land dat hij op basis van een pachtovereenkomst in gebruik heeft. Vervolgens rest een pachtovereenkomst met betrekking tot een geringe oppervlakte (niet groter dan 1 ha). Op die pachtovereenkomst - zo volgt uit artikel 7:395 lid 1 BW -…

Bekijk alle 9 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.