Art. 7:399c Burgerlijk Wetboek Boek 7
Lid 1
Een beding waarin een verpachter, indien de grondkamer onderscheidenlijk de Centrale Grondkamer de pachtovereenkomst of een overeenkomst tot wijziging van een pachtovereenkomst heeft vastgesteld, een hogere tegenprestatie bedingt dan ingevolge deze wet is geoorloofd, is nietig. Onder de tegenprestatie worden prestaties, bedongen of genoten krachtens andere met de pachtovereenkomst verband houdende overeenkomsten, mede begrepen.
Lid 2
Een beding in een overeenkomst tussen een afgaande en een opgaande pachter, verband houdende met de overgang van het bedrijf, waarin meer is bedongen dan een redelijke vergoeding voor de verrichte prestatie, is nietig.
Lid 3
Een beding in een overeenkomst van het verlenen van bemiddeling of andere diensten bij het sluiten van een pachtovereenkomst of van een overeenkomst tot wijziging of beëindiging van een pachtovereenkomst waarin meer is bedongen dan een redelijke vergoeding, is nietig.
Recente uitspraken
Art. 7:399c BW is sinds 2019 in 5 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden, Rb. Gelderland en Rb. Noord-Nederland.
- ECLI:NL:GHARL:2022:9870 — 15-11-2022 Hof Arnhem-Leeuwarden
Pachter pacht vanaf 1996 ongeveer 5 hectare en vanaf 2001 ongeveer 12 hectare natuurgronden van It Fryske Gea. In een vastleggingsprocedure heeft de pachtkamer een reguliere pachtovereenkomst vastgelegd met ingang van 1 januari 2014. De vraag is of de verschuldigde pachtprijs… - ECLI:NL:GHARL:2022:3034 — 19-04-2022 Hof Arnhem-Leeuwarden
Aanspraak fosfaatrechten verpachter. Toepassing arrest 26 maart 2019 (ECLI:NL:GHARL:2019:2544). Tussen partijen bestond een hoevepachtovereenkomst. Bij het einde daarvan in 2017 heeft de verpachter een voorbehoud gemaakt ten aanzien van fosfaatrechten. In deze procedure wil hij… - ECLI:NL:GHARL:2019:1302 — 12-02-2019 Hof Arnhem-Leeuwarden
Vastlegging 7:317 BW Het gaat in deze zaak over de vraag of er tussen [A] enerzijds en [appellant 2] of de maatschap anderzijds een pachtverhouding bestond en of die aangemerkt moet worden als een geliberaliseerde of een reguliere pachtovereenkomst. Het hof oordeelt dat sprake… - ECLI:NL:RBNNE:2026:979 — 31-03-2026 Rb. Noord-Nederland
Overeenkomst van bruikleen (om niet) van bedrijfsgebouwen en geliberaliseerde pachtovereenkomst met betrekking tot de grond. De pachtkamer komt tot het oordeel dat er geen sprake is van een hoevepachtovereenkomst in de zin van artikel 7:313 BW omdat niet is gebleken van de… - ECLI:NL:RBGEL:2020:6380 — 25-11-2020 Rb. Gelderland
Pachtzaak. Vordering tot schriftelijke vastlegging pachtovereenkomst na overlijden verpachter toegewezen. Reconventionele vordering tot betaling pachtprijs nog niet opeisbaar en afgewezen.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.