Art. 7:231 Burgerlijk Wetboek Boek 7

Lid 1

Ontbinding van een huurovereenkomst met betrekking tot een gebouwde onroerende zaak alsmede een woonwagen in de zin van artikel 235, een standplaats in de zin van artikel 236 en een ligplaats in de zin van artikel 236a op de grond dat de huurder tekortgeschoten is in de nakoming van zijn verplichtingen, kan slechts geschieden door de rechter, behoudens in het geval van lid 2 en van artikel 210.

Lid 2

De verhuurder kan de overeenkomst op de voet van artikel 267 van Boek 6 ontbinden op de grond dat door gedragingen in of in de onmiddellijke nabijheid van het gehuurde de openbare orde ernstig is verstoord of ernstige vrees bestaat voor het ontstaan van een zodanige verstoring en het gehuurde deswege op grond van artikel 174a van de Gemeentewet dan wel op grond van een verordening als bedoeld in artikel 174 van die wet is gesloten, door gedragingen in zodanig gebouw in strijd met artikel 2, 2a, 3, 10a, eerste lid, aanhef en onder 3°, 10c, eerste lid, aanhef en onder 3°, of 11a van de Opiumwet is gehandeld en het desbetreffende gebouw deswege op grond van artikel 13b van die wet is gesloten, of zodanig gebouw op grond van artikel 17 van de Woningwet is gesloten.

Lid 3

Van lid 1 kan niet ten nadele van de huurder worden afgeweken.

Recente uitspraken

Art. 7:231 BW is sinds 2004 in 458 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Rb. Midden-Nederland en Rb. Limburg.

  • ECLI:NL:HR:2026:587 — 10-04-2026 Hoge Raad
    Huurrecht woonruimte. Art. 7:231 lid 2 BW. Buitengerechtelijke ontbinding huurovereenkomst na sluiting van woning door burgemeester o.g.v. art. 13b Opiumwet. Is buitengerechtelijke ontbinding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar (art. 6:248 lid 2 BW),…
  • ECLI:NL:HR:2025:1799 — 28-11-2025 Hoge Raad
    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Verbintenissenrecht. Huurrecht woonruimte. Beoordeling vordering tot ontruiming woning indien daarin ook kinderen wonen. Betekenis van art. 3 lid 1 IVRK (belang van het kind).
  • ECLI:NL:HR:2024:389 — 15-03-2024 Hoge Raad
    Huurrecht. Huurder van bedrijfsruimte staakt huurbetaling en verlaat het gehuurde. Verhuurder vervangt sloten en vordert achterstallige huur. Mocht verhuurder nakoming van zijn verplichting tot verschaffen van huurgenot opschorten?
  • ECLI:NL:HR:2018:1810 — 28-09-2018 Hoge Raad
    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Verbintenissenrecht; huurrecht. Uitleg van art. 6:265 lid 1 BW. Voorwaarden voor ontbinding van wederkerige overeenkomst. Verhouding tussen hoofdregel en tenzij-bepaling. Rechtspraak Hoge Raad. Gelden bijzondere eisen voor ontbinding van een…
  • ECLI:NL:HR:2011:BO3534 — 14-01-2011 Hoge Raad
    Huurrecht. Faillissement huurder; effectiviteit van een beding in een huurovereenkomst voor zover daarmee wordt beoogd de verhuurder in geval van vervroegde opzegging van de overeenkomst door de curator in het faillissement van de huurder (als bedoeld in art. 39 Fw) aanspraak te…

Bekijk alle 458 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.