Art. 7:229 Burgerlijk Wetboek Boek 7
Lid 1
De dood van de huurder of de verhuurder doet de huur niet eindigen.
Lid 2
Indien de erfgenamen van de huurder niet bevoegd zijn de zaak aan een ander in gebruik te geven, kunnen zij, onderscheidenlijk zijn echtgenoot of geregistreerde partner in het geval zijn nalatenschap overeenkomstig artikel 13 van Boek 4 wordt verdeeld, gedurende zes maanden na het overlijden van hun erflater de overeenkomst op een termijn van tenminste een maand opzeggen.
Lid 3
Indien een huurder twee of meer erfgenamen nalaat, is de verhuurder verplicht zijn medewerking te verlenen aan de toedeling van de rechten en verplichtingen van de overleden huurder uit de huurovereenkomst door de gezamenlijke erfgenamen aan een of meer van hen, tenzij de verhuurder tegen een of meer van de aangewezenen redelijke bezwaren heeft. De eerste zin is niet van toepassing indien de nalatenschap ingevolge artikel 13 van Boek 4 is verdeeld.
Recente uitspraken
Art. 7:229 BW is sinds 2010 in 21 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Rb. Amsterdam en Hof 's-Hertogenbosch.
- ECLI:NL:GHSHE:2021:3713 — 14-12-2021 Hof 's-Hertogenbosch
Huur van een ongebouwde onroerende zaak of huur van woonruimte? Buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomsten op grond van artikel 6:265 BW. Tekortkoming van voldoende gewicht? Weging persoonlijke omstandigheden. - ECLI:NL:GHARL:2021:8488 — 07-09-2021 Hof Arnhem-Leeuwarden
Art. 7:220 lid 5 en lid 6 BW, art. 392 Rv Prejudiciële beslissing verzocht aan de Hoge Raad over de vraag of een tijdelijke intrek in een door de verhuurder ter beschikking gestelde, volledig ingerichte en gestoffeerde wisselwoning, moet worden aangemerkt als een verhuizing,… - ECLI:NL:GHSHE:2018:1207 — 20-03-2018 Hof 's-Hertogenbosch
Voorkeursrecht van koop overgegaan door erfopvolging. Uitleg bepaling huurovereenkomst. - ECLI:NL:RBROT:2026:8083 — 25-06-2026 Rb. Rotterdam
Verhuurder vordert in kort geding ontruiming van het gehuurde, omdat huurder vanuit de woning een seksbedrijf zou hebben geëxploiteerd. De bewindvoerder van huurder voert als verweer dat er misbruik is gemaakt van zijn kwetsbaarheid. Tegenover het belang van huurder staat, gelet… - ECLI:NL:RBOBR:2026:2012 — 02-04-2026 Rb. Oost-Brabant
De gemeente kon in de gegeven omstandigheden rechtsgeldig tot huurbeëindiging van de ligplaats van de woonbootbewoners komen. De gevorderde verklaring voor recht dat de huurovereenkomsten tussen de gemeente en de woonbootbewoners zijn geëindigd per 1 juli 2024, is toewijsbaar,…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.