Art. 4:13 Burgerlijk Wetboek Boek 4
Lid 1
De nalatenschap van de erflater die een echtgenoot en een of meer kinderen als erfgenamen achterlaat, wordt, tenzij de erflater bij uiterste wilsbeschikking heeft bepaald dat deze afdeling geheel buiten toepassing blijft, overeenkomstig de volgende leden verdeeld.
Lid 2
De echtgenoot verkrijgt van rechtswege de goederen van de nalatenschap. De voldoening van de schulden van de nalatenschap komt voor zijn rekening. Onder schulden van de nalatenschap zijn hier tevens begrepen de ten laste van de gezamenlijke erfgenamen komende uitgaven ter voldoening aan testamentaire lasten.
Lid 3
Ieder van de kinderen verkrijgt als erfgenaam van rechtswege een geldvordering ten laste van de echtgenoot, overeenkomend met de waarde van zijn erfdeel. Deze vordering is opeisbaar:
indien de echtgenoot in staat van faillissement is verklaard of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard;
wanneer de echtgenoot is overleden.
De vordering is ook opeisbaar in door de erflater bij uiterste wilsbeschikking genoemde gevallen.
Lid 4
De in lid 3 bedoelde geldsom wordt, tenzij de erflater, dan wel de echtgenoot en het kind tezamen, anders hebben bepaald, vermeerderd met een percentage dat overeenkomt met dat van de wettelijke rente, voor zover dit percentage hoger is dan zes, berekend per jaar vanaf de dag waarop de nalatenschap is opengevallen, bij welke berekening telkens uitsluitend de hoofdsom in aanmerking wordt genomen.
Lid 5
Is de vordering, bedoeld in lid 3, opeisbaar geworden doordat ten aanzien van de echtgenoot de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan is de vordering, voor zover zij onvoldaan is gebleven, door beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op grond van artikel 356 lid 2 van de Faillissementswet wederom niet opeisbaar. Artikel 358 lid 1 van de Faillissementswet vindt ten aanzien van de vordering geen toepassing.
Lid 6
In deze titel wordt onder echtgenoot niet begrepen een van tafel en bed gescheiden echtgenoot.
Recente uitspraken
Art. 4:13 BW is sinds 2005 in 175 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Den Haag, Rb. Rotterdam en Rb. Limburg.
- ECLI:NL:HR:2025:1238 — 05-09-2025 Hoge Raad
Vermogensrecht. Erfrecht. Schending legitieme portie door giften erflater aan zoon die boerenbedrijf voortzet (art. 4:67, onder d, BW)? Bevoordelingsbedoeling? Toerekening gift voor het geheel aan erflater, of mede aan echtgenote met wie hij in gemeenschap van goederen gehuwd… - ECLI:NL:HR:2023:1632 — 24-11-2023 Hoge Raad
Erfrecht. Wettelijke verdeling. Art. 4:13 lid 3 BW. Vaststelling van omvang van geldvorderingen van (stief)kinderen ten laste van echtgenote van erflater. Moet bij die vaststelling worden betrokken een uitkering uit levensverzekering die aan echtgenote in privé toekomt en die is… - ECLI:NL:HR:2019:4 — 11-01-2019 Hoge Raad
Onrechtmatige daad. Erfrecht. Beroepsaansprakelijkheid notaris t.z.v. testament waarin de echtgenote van erflater niet langer als erfgenaam wordt genoemd, waardoor de wettelijke verdeling geen toepassing meer kan vinden (art. 4:13 BW). Beroepsfout i.v.m. onzorgvuldige redactie… - ECLI:NL:HR:2017:362 — 03-03-2017 Hoge Raad
Art. 81 lid 1 RO. Erfrecht. Boedelbeschrijving nalatenschap. Vaststelling omvang geldvorderingen, art. 4:13 lid 3 BW Curaçao. Grenzen rechtsstrijd in hoger beroep, ontbreken grievenstelsel, Curaçao. - ECLI:NL:OGHACMB:2016:75 — 05-01-2016 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A
zorg voor ouders. remuneratoire schenking. geen nakoming natuurlijke verbintenis
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.