Art. 4:25 Burgerlijk Wetboek Boek 4

Lid 1

De waarde van de over te dragen goederen, vast te stellen naar het tijdstip van de overdracht, wordt in de eerste plaats in mindering gebracht op de aan het kind verschuldigde hoofdsom en vervolgens op de verhoging, tenzij door de erflater of bij de overdracht anders is bepaald. Voor de toepassing van de artikelen 19 en 21 wordt de waarde van de goederen vastgesteld zonder daarbij het vruchtgebruik in aanmerking te nemen.

Lid 2

Een kind dat voornemens is een in de artikelen 19, 20, 21 en 22 bedoeld verzoek te doen, is gehouden de andere kinderen die een dergelijk verzoek kunnen doen, op een zodanig tijdstip van zijn voornemen in kennis te stellen dat zij tijdig kunnen beslissen eveneens een verzoek te doen.

Lid 3

Degene die tot overdracht van goederen verplicht kan worden, kan een kind een redelijke termijn stellen waarbinnen een verzoek als bedoeld in de artikelen 19, 20, 21 en 22 kan worden gedaan. Gaat hij daartoe over, dan stelt hij ook de andere kinderen die een zodanig verzoek kunnen doen, daarvan in kennis.

Lid 4

Bestaat tussen degene die tot overdracht van goederen verplicht is en het kind, of tussen twee of meer kinderen geen overeenstemming over de overdracht van een goed, dan beslist op verzoek van een hunner de kantonrechter, rekening houdende naar billijkheid met de belangen van ieder van hen.

Lid 5

Voor zover een kind de in artikel 13 lid 3 bedoelde vordering aan een andere persoon overdraagt, gaat de in de artikelen 19, 20, 21 en 22 bedoelde bevoegdheid teniet.

Lid 6

Bij uiterste wilsbeschikking kan de erflater de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 19 tot en met 22, uitbreiden, beperken of opheffen.

Recente uitspraken

Art. 4:25 BW is sinds 2014 in 3 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof 's-Hertogenbosch en Rb. Zeeland-West-Brabant.

  • ECLI:NL:GHSHE:2025:818 — 25-03-2025 Hof 's-Hertogenbosch
    erfrecht. Geschil tussen zussen over de verdeling van de nalatenschap van moeder. Is notaris bevoegd om op te treden als executeur-afwikkelingsbewindvoerder? Uitleg testament. “drie sterren-executeur”.
  • ECLI:NL:GHSHE:2014:5130 — 04-12-2014 Hof 's-Hertogenbosch
    Ingevolge artikel 676a Rv geen hoger beroep mogelijk tegen een beschikking op grond van artikel 4:25 lid 4 BW. Intrekking ter zitting.
  • ECLI:NL:RBZWB:2014:5502 — 09-07-2014 Rb. Zeeland-West-Brabant
    artt. 4:21; 4:25; 4:23; 4:27 BW. Erflaatster heeft bij testament niet uitgesloten dat wilsrecht wordt uitgeoefend. Kinderen van erflaatster oefenen wilsrecht uit. Daarbij wijzen zij niet bepaalde goederen met emotionele waarde aan maar maken zij aanspraak op betaling in…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.