Art. 4:27 Burgerlijk Wetboek Boek 4

Bij uiterste wilsbeschikking kan de erflater bepalen dat een stiefkind in een verdeling als bedoeld in artikel 13 als eigen kind wordt betrokken. In dat geval is deze afdeling van toepassing, behoudens voor zover de erflater anders heeft bepaald. De afstammelingen van het stiefkind worden bij plaatsvervulling geroepen.

Recente uitspraken

Art. 4:27 BW is sinds 2014 in 3 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden, Hoge Raad en Rb. Zeeland-West-Brabant.

  • ECLI:NL:HR:2023:1632 — 24-11-2023 Hoge Raad
    Erfrecht. Wettelijke verdeling. Art. 4:13 lid 3 BW. Vaststelling van omvang van geldvorderingen van (stief)kinderen ten laste van echtgenote van erflater. Moet bij die vaststelling worden betrokken een uitkering uit levensverzekering die aan echtgenote in privé toekomt en die is…
  • ECLI:NL:GHARL:2020:516 — 21-01-2020 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Geschil tussen erfgename en kinderen erflater. Erfgename is het niet eens met eerdere beslissing van de kantonrechter, maar heeft daartegen geen rechtsmiddel ingesteld. Gezag van gewijsde komt niet alleen toe aan het dictum, maar aan alle proces- en materieelrechtelijke…
  • ECLI:NL:RBZWB:2014:5502 — 09-07-2014 Rb. Zeeland-West-Brabant
    artt. 4:21; 4:25; 4:23; 4:27 BW. Erflaatster heeft bij testament niet uitgesloten dat wilsrecht wordt uitgeoefend. Kinderen van erflaatster oefenen wilsrecht uit. Daarbij wijzen zij niet bepaalde goederen met emotionele waarde aan maar maken zij aanspraak op betaling in…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.