Art. 7:230a Burgerlijk Wetboek Boek 7

Lid 1

Heeft de huur betrekking op een gebouwde onroerende zaak of gedeelte daarvan en is die zaak of dat gedeelte noch woonruimte, noch bedrijfsruimte in de zin van deze titel, dan kan de huurder na het einde van de huurovereenkomst de rechter verzoeken de termijn waarbinnen ontruiming moet plaats vinden, te verlengen. Het verzoek moet worden ingediend binnen twee maanden na het tijdstip waartegen schriftelijk ontruiming is aangezegd.

Lid 2

Het eerste lid geldt niet in geval de huurder zelf de huur heeft opgezegd, uitdrukkelijk in de beëindiging daarvan heeft toegestemd of veroordeeld is tot ontruiming wegens niet nakoming van zijn verplichtingen.

Lid 3

De verhuurder kan niet verlangen dat de huurder voor het einde van de in lid 1 bedoelde termijn tot ontruiming overgaat. De indiening van het verzoek schorst de verplichting om tot ontruiming over te gaan, totdat op het verzoek is beslist.

Lid 4

Het verzoek wordt slechts toegewezen indien de belangen van de huurder en van de onderhuurder aan wie bevoegdelijk is onderverhuurd, door de ontruiming ernstiger worden geschaad dan die van de verhuurder bij voortzetting van het gebruik door de huurder. Het verzoek wordt niettemin afgewezen, indien de verhuurder aannemelijk maakt dat van hem wegens onbehoorlijk gebruik van het verhuurde, wegens ernstige overlast, de medegebruikers dan wel hemzelf aangedaan, of wegens wanbetaling niet gevergd kan worden dat de huurder langer het recht op het gebruik van de zaak of gedeelte daarvan behoudt.

Lid 5

De verlenging kan worden uitgesproken voor een termijn van ten hoogste een jaar na het eindigen van de overeenkomst. Deze termijn kan op verzoek van de huurder nog tweemaal telkens met ten hoogste een jaar worden verlengd. Het verzoek tot verlenging moet uiterlijk een maand voor het verstrijken van de termijn worden ingediend. Lid 3, tweede zin, en lid 4 zijn van toepassing.

Lid 6

Zo partijen het niet eens zijn over de som die de huurder gedurende de termijn waarmee de verlenging heeft plaats gevonden, voor het gebruik van de zaak of gedeelte daarvan verplicht is te betalen, stelt rechter deze som vast op een, gezien het huurpeil ter plaatse, redelijk bedrag. Hij kan, zo een der partijen dit verzoekt, te dier zake een voorlopige voorziening treffen. Voor het overige blijven gedurende deze termijn de rechten en verplichtingen uit de huurovereenkomst tussen partijen van kracht.

Lid 7

Bij afwijzing van het verzoek stelt de rechter het tijdstip van ontruiming vast. De beschikking geldt als een veroordeling tot ontruiming tegen dat tijdstip.

Lid 8

Tegen een beschikking krachtens dit artikel staat geen hogere voorziening open.

Lid 9

Van dit artikel kan niet ten nadele van de huurder worden afgeweken.

Lid 10

De leden 1–9 zijn niet van toepassing, wanneer de overeenkomst tevens aan de omschrijving voldoet van een overeenkomst als bedoeld in artikel 50a, onderdelen c of f.

Recente uitspraken

Art. 7:230a BW is sinds 2003 in 930 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Rb. Noord-Holland en Rb. Amsterdam.

  • ECLI:NL:HR:2026:553 — 10-04-2026 Hoge Raad
    Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Is onbemand tankstation gebouwde onroerende zaak in zin van art. 7:290 BW? Geldt daarvoor dezelfde maatstaf als geldt voor gebouwde onroerende zaak in zin van art. 7:230a BW? Samenhang met ECLI:NL:HR:2026:552.
  • ECLI:NL:HR:2026:552 — 10-04-2026 Hoge Raad
    Huurrecht. Is onbemand tankstation gebouwde onroerende zaak in zin van art. 7:290 BW? Geldt daarvoor dezelfde maatstaf als geldt voor gebouwde onroerende zaak in zin van art. 7:230a BW? Samenhang met ECLI:NL:HR:2026:553.
  • ECLI:NL:HR:2026:356 — 06-03-2026 Hoge Raad
    Verbintenissenrecht. Huurrecht. Art. 7:290 BW van toepassing? Procesrecht. Bestemming van gehuurde gebouwde onroerende zaak. Mogelijkheid om afdeling 7.4.6 BW op de huurovereenkomst van toepassing te verklaren. Essentiële stellingen.
  • ECLI:NL:HR:2025:1528 — 10-10-2025 Hoge Raad
    Insolventierecht. Kan op curator een eigen, op art. 6:162 BW gebaseerde verplichting rusten om verontreinigde zaken te verwijderen, indien die zaken als gevolg van natrekking voorafgaand aan intreden van faillissement uit vermogen van schuldenaar zijn geraakt en dus niet tot…
  • ECLI:NL:HR:2021:1994 — 24-12-2021 Hoge Raad
    Faillissementsrecht. Art. 39 Fw; art. 238 Fw; art. 6:119 e.v. BW. Is wettelijke rente of contractuele vertragingsrente over als boedelschuld verschuldigde huurprijs een boedelschuld?

Bekijk alle 930 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.