Artikel 110 Wet op het primair onderwijs

Lid 1

Het college van burgemeester en wethouders en het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school dat eigenaar is van het gebouw en terrein, kunnen in een gezamenlijke akte verklaren dat het bevoegd gezag blijvend heeft opgehouden dan wel blijvend zal ophouden het gebouw of terrein of een voor eigendomsoverdracht vatbaar gedeelte daarvan, voor de school te gebruiken.

Lid 2

Gedeputeerde staten kunnen in geval van een geschil omtrent de toepassing van het eerste lid desgevraagd besluiten dat het bevoegd gezag blijvend heeft opgehouden dan wel blijvend zal ophouden het gebouw of terrein of een voor eigendomsoverdracht vatbaar gedeelte daarvan, voor de school te gebruiken. De aanvraag om het besluit wordt gedaan door het college van burgemeester en wethouders of door het bevoegd gezag van de school. Alvorens op de aanvraag te besluiten, horen gedeputeerde staten de wederpartij.

Lid 3

Het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school dat voornemens is gebouwen of terreinen, of een gedeelte daarvan, blijvend niet meer voor de school te gebruiken, doet hiervan onverwijld mededeling aan het college van burgemeester en wethouders.

Lid 4

Zodra de in het eerste lid bedoelde akte door beide partijen is getekend, of het in het tweede lid bedoelde besluit van gedeputeerde staten onherroepelijk is geworden dan wel in beroep is bepaald dat de uitspraak van de rechter, inhoudende een besluit als bedoeld in het tweede lid eerste volzin, in de plaats treedt van het vernietigde besluit, wordt de akte, het onherroepelijk geworden besluit onderscheidenlijk de uitspraak, tenzij deze een gebouw betreft als bedoeld in artikel E 33 van de Overgangswet WBO, ingeschreven in de openbare registers, bedoeld in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. Door de inschrijving verkrijgt de gemeente de eigendom.

Lid 5

Het college van burgemeester en wethouders en het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school dat eigenaar is van het schoolgebouw, kunnen in een gezamenlijke akte verklaren dat een gedeelte van het gebouw dat niet vatbaar is voor eigendomsoverdracht, blijvend niet meer voor het onderwijs nodig zal zijn.

Lid 6

Gedeputeerde staten kunnen in geval van een geschil omtrent de toepassing van het vijfde lid desgevraagd besluiten dat een gedeelte van het gebouw dat niet vatbaar is voor eigendomsoverdracht, blijvend niet meer voor het onderwijs nodig zal zijn. De aanvraag om het besluit wordt gedaan door het college van burgemeester en wethouders of door het bevoegd gezag van de school. Alvorens op de aanvraag te besluiten, horen gedeputeerde staten de wederpartij.

Lid 7

Zodra de in het vijfde lid bedoelde akte door beide partijen is getekend, of het in het zesde lid bedoelde besluit van gedeputeerde staten onherroepelijk is geworden dan wel in beroep is bepaald dat de uitspraak van de rechter, inhoudende een beslissing als bedoeld in het zesde lid eerste volzin, in de plaats treedt van het vernietigde besluit, kan het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school het desbetreffende gedeelte van het gebouw met toestemming van het college van burgemeester en wethouders verhuren.

Lid 8

De toestemming, bedoeld in het zevende lid, wordt verleend voor een tijdvak van ten hoogste 3 jaren. Op aanvraag van het bevoegd gezag kan dit tijdvak telkens worden verlengd met een termijn van ten hoogste 3 jaren.

Lid 9

Op de verhuur, bedoeld in het zevende lid, is artikel 230a van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing.

Recente uitspraken

Art. 110 Wpo is sinds 2013 in 7 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden, Hoge Raad en Rb. Gelderland.

  • ECLI:NL:HR:2023:514 — 31-03-2023 Hoge Raad
    Verbintenissenrecht. Beding dat aan school geschonken grond moet worden teruggegeven als gebruik schoolgebouw duurzaam is gestaakt. Kon aan dit beding worden voorbijgegaan o.g.v. economisch claimrecht van art. 110 Wet op het primair onderwijs? Viel school aan te merken als 'oude…
  • ECLI:NL:GHARL:2026:5501 — 25-08-2026 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Incidentele vordering tot primair te mogen tussenkomen en subsidiair zich te mogen voegen (artikel 217 Rv). Het hof wijst de vordering tot tussenkomst toe, omdat Stichting CPOB voldoende heeft onderbouwd dat zij nadelige gevolgen kan ondervinden van een ongunstige uitkomst van…
  • ECLI:NL:GHARL:2021:7737 — 10-08-2021 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Een grondperceel dat in de 19e eeuw door een van de voorvaders van de erven eerst in bruikleen is gegeven en in 1921 is geschonken aan een school, is na het sluiten van de school in eigendom overgedragen aan de (burgerlijke) gemeente. Omdat 1947 door de school notarieel is…
  • ECLI:NL:GHARL:2020:3717 — 12-05-2020 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Vaststellingsovereenkomst in verband met meningsverschil over de uitwerking van het zogenoemde economisch claimrecht van de Gemeente, zoals vastgelegd in artikel 110 van de Wet op het primair onderwijs (WPO).
  • ECLI:NL:GHARL:2016:6398 — 09-08-2016 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Ontvankelijkheid in civiele vordering na bestuursrechtelijke procedure; reikwijdte formele rechtskracht. Verhouding Faillissementswet en Wet op primair onderwijs (WPO)

Bekijk alle 7 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.