Art. 7:726 Burgerlijk Wetboek Boek 7
Behalve in de gevallen, genoemd in artikel 678 lid 2, zullen voor de werkgever dringende redenen onder andere aanwezig geacht kunnen worden, wanneer:
de zeevarende een opvarende van het zeeschip mishandelt, grovelijk beledigt of op ernstige wijze bedreigt of hem verleidt of tracht te verleiden tot handelingen strijdig met de wet of de goede zeden;
de zeevarende zich niet op grond van artikel 701 ter beschikking houdt van de werkgever;
de zeevarende hetzij tijdelijk, hetzij voorgoed de bevoegdheid wordt ontnomen op een zeeschip dienst te doen in de functie waarin hij zich verbonden heeft dienst te doen;
de zeevarende smokkelwaren aan boord heeft gebracht of daar onder zijn berusting heeft of in geval van de kapitein, hij smokkelwaren aan boord heeft gebracht, daar onder zijn berusting heeft of daar heeft toegelaten.
Recente uitspraken
Art. 7:726 BW is sinds 2016 in 1 uitspraak op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden.
- ECLI:NL:GHARL:2016:6792 — 19-08-2016 Hof Arnhem-Leeuwarden
WWZ. Werknemer, die zich heeft neergelegd bij het oordeel van de kantonrechter dat - anders dan waarvan de werknemer eerder zelf is uitgegaan - niet sprake is geweest van een ontslag op staande voet, vordert loon c.a. Het hof wijst loon deels toe, vanaf moment dat bedrijfsarts…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.