Art. 7:431 Burgerlijk Wetboek Boek 7

Lid 1

De handelsagent heeft recht op provisie voor de overeenkomsten die tijdens de duur der agentuurovereenkomst zijn tot stand gekomen:

  1. indien de overeenkomst door zijn tussenkomst is tot stand gekomen;

  2. indien de overeenkomst is tot stand gekomen met iemand die hij reeds vroeger voor een dergelijke overeenkomst had aangebracht;

  3. indien de overeenkomst is afgesloten met iemand die behoort tot de klantenkring die, of gevestigd is in het gebied dat aan de handelsagent is toegewezen, tenzij uitdrukkelijk is overeengekomen dat de handelsagent ten aanzien van die klantenkring of in dat gebied niet het alleenrecht heeft.

Lid 2

De handelsagent heeft recht op provisie voor de voorbereiding van na het einde van de agentuurovereenkomst tot stand gekomen overeenkomsten:

  1. indien deze hoofdzakelijk aan de tijdens de duur van de agentuurovereenkomst door hem verrichte werkzaamheden zijn te danken en binnen een redelijke termijn na de beëindiging van die overeenkomst zijn afgesloten, of

  2. indien hij of de principaal, overeenkomstig de voorwaarden bepaald in het eerste lid, de bestelling van de derde heeft ontvangen voor de beëindiging van de agentuurovereenkomst.

Lid 3

De handelsagent heeft geen recht op provisie, indien deze krachtens het tweede lid is verschuldigd aan zijn voorganger, tenzij uit de omstandigheden voortvloeit dat het billijk is de provisie tussen hen beiden te verdelen.

Recente uitspraken

Art. 7:431 BW is sinds 2004 in 41 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof 's-Hertogenbosch, Rb. Amsterdam en Rb. Den Haag.

  • ECLI:NL:CRVB:2024:1033 — 16-07-2024 CRvB
    Conclusie van raadsheer advocaat-generaal De Bock over compensatie van transitievergoeding door het Uwv. Volgens raadsheer advocaat-generaal De Bock moeten de bewoordingen ‘verschuldigd in de twaalf maanden voorafgaand aan het einde van de arbeidsovereenkomst’ in art. 2 lid 3…
  • ECLI:NL:GHSHE:2025:1706 — 17-06-2025 Hof 's-Hertogenbosch
    afwikkeling agentuurovereenkomst. Discussie over provisieafspraken en klantenvergoeding. Is inperking op het alleenrecht uitdrukkelijk overeengekomen in de zin van artikel 7:431 lid 1 sub c BW. Zijn provisieafspraken anderszins in strijd met de Agentuurrichtlijn?
  • ECLI:NL:GHSHE:2024:3142 — 08-10-2024 Hof 's-Hertogenbosch
    Agentuurovereenkomst: De agent heeft de overeenkomst opgezegd. In geschil is of de opzegging is te wijten aan omstandigheden die de principaal toerekenbaar zijn. Heeft de agent recht op provisie voor de overeenkomsten die na het einde van de agentuurovereenkomst tot stand…
  • ECLI:NL:GHAMS:2024:1153 — 13-02-2024 Hof Amsterdam
    Afwikkeling agentuurrelatie; toewijzing vordering tot schadevergoeding wegens onbetaald gelaten provisie en schending zorgplicht artikel 7:430 BW door met invoering gebrekkige webshop afbreuk te doen aan de mogelijkheid van de agent om omzet voor de principaal en daarmee…
  • ECLI:NL:GHSHE:2022:2193 — 05-07-2022 Hof 's-Hertogenbosch
    Agentuur. Artikel 7:433 lid 2 BW: recht op inzage ten voordele van de agent. Aanspraak op provisie, bijzondere afspraken? Tekortkoming, opschorting, ontbinding, dringende reden, schadeplichtigheid? Eerst memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep.

Bekijk alle 41 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.