Art. 7:371 Burgerlijk Wetboek Boek 7

Lid 1

In het geval, bedoeld in artikel 370 lid 1 onder d, kan de rechter de pachter een termijn toestaan van ten hoogste een maand om het aanbod tot het aangaan van een nieuwe overeenkomst alsnog te aanvaarden.

Lid 2

Betreft het aanbod een nieuwe overeenkomst voor een kortere duur dan die van artikel 325 lid 1, dan kan de rechter het aanbod slechts als redelijk aanmerken, indien de bijzondere omstandigheden van het geval dit rechtvaardigen en de algemene belangen van de landbouw niet worden geschaad. Artikel 325 lid 4, tweede en derde zin, is van overeenkomstige toepassing. Indien de pachter het aanbod aanvaardt, is artikel 325 leden 6 en 7 van overeenkomstige toepassing op de door die aanvaarding tot stand gekomen overeenkomst.

Recente uitspraken

Art. 7:371 BW is sinds 2010 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem.

  • ECLI:NL:GHARN:2011:BU7762 — 22-11-2011 Hof Arnhem
    Rv 118; BW 7:363, 7:369, 7:370 7:371 Ten onrechte, want overbodig, is door de voorgestelde medepachter een incidentele vordering tot voeging ingesteld. Door zijn oproeping op de voet van art. 118 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering werd hij (reeds) partij in het geding. Als…
  • ECLI:NL:GHARN:2010:BM2122 — 23-03-2010 Hof Arnhem
    7:225, 7:363, 7:370 en 7:371 BW; 217 en 218 Rv; 45 Pachtwet (oud) Dat alleen de pachter indeplaatsstelling kan vorderen, sluit niet uit dat de voorgestelde pachter, vanwege zijn belang bij toewijzing van de vordering, zich aan de zijde van de pachter voegt en een doelmatige…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.