Art. 7:325 Burgerlijk Wetboek Boek 7
Lid 1
De pachtovereenkomst geldt voor een bepaalde tijd. Deze tijd bedraagt twaalf jaren voor een hoeve en zes jaren voor los land.
Lid 2
Een pachtovereenkomst kan voor een langere duur worden aangegaan, mits een bepaalde datum van beëindiging is vastgesteld.
Lid 3
Een pachtovereenkomst kan voor een kortere duur worden aangegaan, mits een bepaalde datum van beëindiging is vastgesteld. De kortere duur behoeft de goedkeuring van de grondkamer, welke hetzij vóór het aangaan van de overeenkomst, hetzij bij de toetsing daarvan kan worden verleend.
Lid 4
De grondkamer verleent haar goedkeuring aan de kortere duur alleen op grond van de bijzondere omstandigheden van het geval en indien de algemene belangen van de landbouw daardoor niet worden geschaad. Zij vermeldt in haar beschikking de reden van haar goedkeuring. Als bijzondere omstandigheden worden niet beschouwd beperkingen, aan de verpachter door derden opgelegd.
Lid 5
De pachtovereenkomst die geldt voor de duur van ten minste twaalf jaren voor een hoeve en ten minste zes jaren voor los land, wordt telkens van rechtswege met zes jaren verlengd.
Lid 6
Heeft de grondkamer een kortere termijn goedgekeurd, dan vindt geen verlenging van rechtswege plaats, maar kan de rechter op vordering van de pachter de overeenkomst verlengen voor een door de rechter vast te stellen periode op de grond dat de bijzondere omstandigheden, bedoeld in lid 4 zich niet hebben voorgedaan en zich ook niet meer kunnen voordoen. De vordering moet worden ingesteld binnen een daartoe door de grondkamer in haar beschikking vastgestelde termijn. Op de verlengde overeenkomst is lid 5 van toepassing.
Lid 7
Heeft de grondkamer een termijn van een jaar of korter goedgekeurd, dan vindt geen verlenging plaats.
Recente uitspraken
Art. 7:325 BW is sinds 2008 in 42 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Centrale Grondkamer, Hof Arnhem-Leeuwarden en Rb. Den Haag.
- ECLI:NL:HR:2018:874 — 08-06-2018 Hoge Raad
Pachtrecht. Art. 7:313 BW; kwalificatie samenstel van overeenkomsten als hoevepacht. Ingebruikgeving aan verschillende rechtspersonen. Bruikleen van de gebouwen? Complex van gebouwen en land? Maatstaf HR 11 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO9673, NJ 2012/73 (Timeshare).… - ECLI:NL:GHARL:2026:4589 — 14-07-2026 Hof Arnhem-Leeuwarden
Familiegeschil over vraag of een bepaald perceel is verpacht en zo ja, in welke omvang. Geen vastlegging van pachtovereenkomst waar al schriftelijke overeenkomst voor bestaat. - ECLI:NL:GHARL:2023:9223 — 31-10-2023 Hof Arnhem-Leeuwarden
Kort geding pachtzaak. Vordering toegang tot percelen. Pachter pacht van drie verpachters pachtpercelen en een mestkelder. De mestkelder is volgestort en de pachter kan regelmatig het land niet op. Pachter heeft in kort geding onder meer de onbeperkte en ongehinderde toegang… - ECLI:NL:GHARL:2022:9870 — 15-11-2022 Hof Arnhem-Leeuwarden
Pachter pacht vanaf 1996 ongeveer 5 hectare en vanaf 2001 ongeveer 12 hectare natuurgronden van It Fryske Gea. In een vastleggingsprocedure heeft de pachtkamer een reguliere pachtovereenkomst vastgelegd met ingang van 1 januari 2014. De vraag is of de verschuldigde pachtprijs… - ECLI:NL:GHARL:2022:1994 — 15-03-2022 Hof Arnhem-Leeuwarden
Appellante was eigenares van een melkveebedrijf. De grond waarop het melkveebedrijf werd geëxploiteerd was in 1995 onder voorbehoud van een persoonlijk gebruiksrecht grotendeels in economische eigendom overgedragen aan een derde. Appellante heeft in 2007 haar melkveehouderij,…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.