Art. 7:868 Burgerlijk Wetboek Boek 7

Een krachtens artikel 10 van Boek 6 aangesproken hoofdschuldenaar kan de verweermiddelen die hij op het tijdstip van het ontstaan van de verhaalsvordering jegens de schuldeiser had, ook inroepen tegen de borg; de leden 2 en 4 van artikel 11 van Boek 6 zijn van overeenkomstige toepassing.

Recente uitspraken

Art. 7:868 BW is sinds 2008 in 4 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Hof Den Haag en Rb. Rotterdam.

  • ECLI:NL:HR:2017:1182 — 30-06-2017 Hoge Raad
    Vermogensrecht. Ondernemingsrecht. Borgtocht en verjaring; art. 7:853 BW. Einde verjaringstermijn van vordering op niet meer bestaande rechtspersoon. Geldt verlengde termijn van art. 2:23c lid 2 BW jo. art. 3:320 BW slechts indien vereffening wordt heropend, of loopt…
  • ECLI:NL:HR:2008:BC8690 — 06-06-2008 Hoge Raad
    Borgtocht. Verweermiddelen van de borg; vernietiging wegens dwaling geen verweermiddel borg zolang hoofdschuldenaar zich daarop niet heeft beroepen; verhouding art. 7:852 en 7:868 BW; redelijke termijn; rechtsgevolgen buitengerechtelijke verklaring; stelplicht- en…
  • ECLI:NL:GHDHA:2015:2525 — 29-09-2015 Hof Den Haag
    Borgtocht. Geschil over de omvang van de vordering en over de vraag of de vordering tegen de failliete vennootschap en de vordering tegen de borg zijn verjaard. Stuiting door erkenning?
  • ECLI:NL:RBROT:2022:511 — 19-01-2022 Rb. Rotterdam
    Tussenvonnis. De tussen partijen overeengekomen concerngarantie kwalificeert als een borgtochtovereenkomst in de zin van art. 7:850 BW. Gedaagde wordt niet gevolgd in haar (buitengerechtelijke) vernietiging van diverse bepalingen uit de concerngarantie en de algemene…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.