Art. 7:420 Burgerlijk Wetboek Boek 7

Lid 1

Indien een lasthebber die in eigen naam een overeenkomst heeft gesloten met een derde, zijn verplichtingen jegens de lastgever niet nakomt, in staat van faillissement geraakt of indien ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing wordt verklaard, kan de lastgever de voor overgang vatbare rechten van de lasthebber jegens de derde door een schriftelijke verklaring aan hen beiden op zich doen overgaan, behoudens voor zover zij in de onderlinge verhouding tussen lastgever en lasthebber aan deze laatste toekomen.

Lid 2

Dezelfde bevoegdheid heeft de lastgever indien de derde zijn verplichtingen tegenover de lasthebber niet nakomt, tenzij deze de lastgever voldoet alsof de derde zijn verplichtingen was nagekomen.

Lid 3

De lasthebber is in de gevallen in dit artikel bedoeld gehouden de naam van de derde aan de lastgever op diens verzoek mede te delen.

Recente uitspraken

Art. 7:420 BW is sinds 2007 in 10 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Hof Amsterdam en Hof Arnhem-Leeuwarden.

  • ECLI:NL:OGHACMB:2020:249 — 09-10-2020 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A
    Aanschaf excavator. Lastgeving in plaats van koop. Remedies bij wanprestatie derde.
  • ECLI:NL:GHAMS:2024:578 — 12-03-2024 Hof Amsterdam
    Geschil tussen een schuldeiser van de gefailleerde en de curator. Vraag is wie aanspraak heeft op de betaling van uitstaande facturen van de failliet aan klanten. Het hof stelt partijen in de gelegenheid zich uit te laten over o.a. de betekenis van artikel 7:420 BW voor deze…
  • ECLI:NL:GHARL:2023:10321 — 05-12-2023 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Tussenuitspraak. Einduitspraak: ECLI:NL:GHARL:2025:833
  • ECLI:NL:GHDHA:2022:912 — 24-05-2022 Hof Den Haag
    Onderhuurbescherming ex 7:269 BW bij een gebruiksovereenkomst, onbevoegde onderverhuurder, geen (schijn van) lastgeving of contractsoverneming, belangenafweging bij sociale huurwoning
  • ECLI:NL:GHSHE:2021:747 — 16-03-2021 Hof 's-Hertogenbosch
    Vervoer onder CMR van Nederland naar Turkije; Expediteursverklaring als bedoeld in art. 8:62 lid 3 niet constitutief; opdrachtgever bevoegd vanaf moment kennisgeving uitoefening rechten aan expediteur; als dit ná het verstrijken van de verjaringstermijn geschiedt zijn door de…

Bekijk alle 10 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.