Art. 7:542 Burgerlijk Wetboek Boek 7

Lid 1

Indien een betaalopdracht wordt uitgevoerd op basis van een unieke identificator, wordt de betaalopdracht geacht correct te zijn uitgevoerd wat de in de unieke identificator gespecificeerde begunstigde betreft.

Lid 2

Indien de unieke identificator die door de betaaldienstgebruiker is verstrekt, onjuist is, is de betaaldienstverlener uit hoofde van artikelen 543 tot en met 545 niet aansprakelijk voor de niet-uitvoering of gebrekkige uitvoering van de betalingstransactie.

Lid 3

De betaaldienstverlener van de betaler levert in het geval als bedoeld in het tweede lid redelijke inspanningen om de met de betalingstransactie verband houdende geldmiddelen terug te krijgen. De betaaldienstverlener van de begunstigde werkt mee aan die inspanningen, onder meer door alle voor de te innen geldmiddelen relevante informatie aan de betaaldienstverlener van de betaler mee te delen. Indien het innen van geldmiddelen op grond van de eerste zin niet mogelijk is, verstrekt de betaaldienstverlener van de betaler aan de betaler, op diens schriftelijke verzoek, alle voor de betaaldienstverlener van de betaler beschikbare informatie die relevant is voor de betaler om een rechtsvordering in te stellen om de geldmiddelen terug te krijgen.

Lid 4

Indien dat in de raamovereenkomst is overeengekomen, mag de betaaldienstverlener de betaaldienstgebruiker voor het terugverkrijgen kosten aanrekenen.

Lid 5

Indien de betaaldienstgebruiker aanvullende informatie verstrekt naast de informatie die krachtens het bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 4:22 van de Wet op het financieel toezicht, bepaalde vereist is, is de betaaldienstverlener alleen aansprakelijk voor de uitvoering van betalingstransacties overeenkomstig de unieke identificator die door de betaaldienstgebruiker is gespecificeerd.

Recente uitspraken

Art. 7:542 BW is sinds 2014 in 15 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Hof Amsterdam en Hof Den Haag.

  • ECLI:NL:GHDHA:2021:573 — 06-04-2021 Hof Den Haag
    vergissing bij overboeking per bank, terugboeking, zorgplicht cliënt, zorgplicht bank, maatschappelijke zorgvuldigheid cliënt, algemene bankvoorwaarden
  • ECLI:NL:GHAMS:2021:591 — 02-03-2021 Hof Amsterdam
    Appel van ECLI:NL:RBAMS:2018:1601. Overboeking naar verkeerde rekening. Bij overboeking is het ingevoerde (bankrekening)nummer omgezet naar (onjuist) IBAN-nummer. ABN Amro (bank van de opdrachtgever) heeft met de omzetting niet onrechtmatig gehandeld; deze omzetting was in de…
  • ECLI:NL:RBAMS:2026:4097 — 01-04-2026 Rb. Amsterdam
    Klant van de bank vordert betaling van € 1.182.765, vermeerderd met rente en kosten. Het zou om een niet toegestane betalingstransactie gaan in de zin van artikel 7:527 BW. Door fraude is de betaalopdracht verstrekt om aan een Nederlands notariskantoor over te maken met een IBAN…
  • ECLI:NL:RBAMS:2026:1159 — 04-02-2026 Rb. Amsterdam
    Online bank Bunq hoeft een Belgische gedupeerde van factuurfraude die bijna 49.000 euro verloor niets te betalen.
  • ECLI:NL:RBAMS:2024:1324 — 06-03-2024 Rb. Amsterdam
    Bancaire zorgplicht als betaaldienstverlener vanwege oplichting met een bij de bank aangehouden bankrekening. Subjectief gevaarsbewustzijn. De bank is in dit geval niet aansprakelijk. Onverschuldigd betaald geld moet de rekeninghouder terugbetalen.

Bekijk alle 15 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.