Art. 7:344 Burgerlijk Wetboek Boek 7

Lid 1

Wanneer tegen de pachter door een derde een vordering wordt ingesteld tot uitwinning of tot verlening van een recht waarmee het verpachte ingevolge de pachtovereenkomst niet belast had mogen zijn, is de verpachter na kennisgeving daarvan door de pachter gehouden in het geding te komen ten einde de belangen van de pachter te verdedigen.

Lid 2

De verpachter moet aan de pachter alle door deze vordering ontstane kosten vergoeden, doch, als de kennisgeving niet onverwijld is geschied, alleen de na de kennisgeving ontstane kosten.

Lid 3

Wanneer tegen de onderpachter een vordering betreffende het ondergepachte wordt ingesteld door de hoofdverpachter, zijn de voorgaande leden van overeenkomstige toepassing op de onderverpachter.

Recente uitspraken

Art. 7:344 BW is sinds 2020 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof 's-Hertogenbosch en Rb. Limburg.

  • ECLI:NL:GHSHE:2021:2949 — 28-09-2021 Hof 's-Hertogenbosch
    Kort geding. Agrarisch recht. Niet tijdig hoger beroep tegen mondeling deelvonnis, waarvan motivering is uitgewerkt bij later vonnis. Tijdelijke verhuur gronden door pachtkamer aangemerkt als reguliere pacht. Bijstand van verpachter aan pachter in kort geding tussen…
  • ECLI:NL:RBLIM:2020:9655 — 09-12-2020 Rb. Limburg
    Vordering tot verhoging eerder opgelegde dwangsommen dan wel het opleggen van nieuwe dwangsommen, tegenvordering verbod op executie eerder kort geding vonnis

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.