Art. 7:343 Burgerlijk Wetboek Boek 7
Lid 1
Indien een gebrek dat de verpachter ingevolge artikel 339 niet verplicht is te verhelpen, het genot dat de pachter mocht verwachten geheel onmogelijk maakt, is zowel de pachter als de verpachter bevoegd de overeenkomst op de voet van artikel 267 van Boek 6 te ontbinden.
Lid 2
Een verplichting van een der partijen tot schadevergoeding ter zake van een gebrek omvat mede de door het eindigen van de overeenkomst ingevolge lid 1 veroorzaakte schade.
Recente uitspraken
Art. 7:343 BW is sinds 2016 in 3 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden en Rb. Zeeland-West-Brabant.
- ECLI:NL:GHARL:2023:601 — 24-01-2023 Hof Arnhem-Leeuwarden
7:317 BW Junior werkte voorheen in het bloembollenbedrijf van zijn vader en heeft zelf een bedrijf in de pioenteelt. Senior heeft junior grond voor de pioenteelt ter beschikking gesteld waarvoor junior heeft betaald. Beiden gebruikten de schuren die bij het land hoorden. De… - ECLI:NL:GHARL:2016:5881 — 19-07-2016 Hof Arnhem-Leeuwarden
(Gedeeltelijke) ontbinding of beëindiging. Artt. 6:265 BW, 7:370 BW, 7:374 BW, 7:343 BW Pachter van een eeuwenoude hoeve heeft zijn bedrijf verplaatst en wenst de door hem gepachte gronden nog te gebruiken, maar de pacht voor de bedrijfsgebouwen te beëindigen. Verpachter wenst… - ECLI:NL:RBZWB:2023:4950 — 26-05-2023 Rb. Zeeland-West-Brabant
Pacht. Pachter vordert in conventie herstel van gebreken aan het gepachte op grond van art. 7:339 lid 1 BW. Verpachter vordert in reconventie ontbinding van de pachtovereenkomst op grond van tekortkoming door pachter wegens niet bedrijfsmatig gebruik van gepachte en ontbreken…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.