Art. 7:330 Burgerlijk Wetboek Boek 7

Lid 1

De pachter heeft aanspraak op een vermindering van de pachtprijs over een pachtjaar of een pachtseizoen, gedurende hetwelk tengevolge van buitengewone omstandigheden de opbrengst van het bedrijf aanzienlijk minder is geweest dan bij het aangaan van de overeenkomst te verwachten was of de pachter tijdelijk het genot van het gepachte geheel of gedeeltelijk heeft moeten missen.

Lid 2

Tot vermindering geven geen aanleiding:

  1. een verlaging van de prijs van de voortbrengselen van het bedrijf;

  2. omstandigheden welke aan de pachter zijn toe te rekenen of waarvan hij de gevolgen door verzekering of op andere wijze redelijkerwijs had kunnen voorkomen;

  3. schade, welke de pachter op een ander kan verhalen.

Lid 3

De vordering van de pachter vervalt zes maanden na het eindigen van het pachtjaar of het pachtseizoen, waarover de pachtprijs verschuldigd is.

Recente uitspraken

Art. 7:330 BW is sinds 2023 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Centrale Grondkamer.

  • ECLI:NL:CG:2023:8 — 21-12-2023 Centrale Grondkamer
    Centrale Grondkamer, pachtrecht [artikel 7: 333, lid 2 BW] [artikel 21 aanhef en onder a Pachtprijzenbesluit 2007] Herziening pachtprijs los land. Taxatie. Een eerdere beslissing na een herzieningsverzoek is het uitgangspunt voor taxatie door de Centrale Grondkamer. Er is…
  • ECLI:NL:CG:2023:7 — 21-12-2023 Centrale Grondkamer
    Centrale Grondkamer, pachtrecht [artikel 7: 333, lid 2 BW] [artikel 21 aanhef en onder a Pachtprijzenbesluit 2007] Herziening pachtprijs los land. Taxatie. Een eerdere beslissing na een herzieningsverzoek is het uitgangspunt voor taxatie door de Centrale Grondkamer. Er is…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.