Art. 7:625 Burgerlijk Wetboek Boek 7
Lid 1
Voor zover het in geld vastgesteld loon of het gedeelte dat overblijft na aftrek van hetgeen door de werkgever overeenkomstig artikel 628 mag worden verrekend, en na aftrek van hetgeen waarop derden overeenkomstig artikel 633 rechten doen gelden, niet wordt voldaan uiterlijk de derde werkdag na die waarop ingevolge de artikelen 623 en 624 lid 1 de voldoening had moeten geschieden, heeft de werknemer, indien dit niet-voldoen aan de werkgever is toe te rekenen, aanspraak op een verhoging wegens vertraging. Deze verhoging bedraagt voor de vierde tot en met de achtste werkdag vijf procent per dag en voor elke volgende werkdag een procent, met dien verstande dat de verhoging in geen geval de helft van het verschuldigde te boven zal gaan. Niettemin kan de rechter de verhoging beperken tot zodanig bedrag als hem met het oog op de omstandigheden billijk zal voorkomen.
Lid 2
Van dit artikel kan niet ten nadele van de werknemer worden afgeweken.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 7:625 BW is sinds 2000 in 4441 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Rb. Midden-Nederland en Rb. Limburg.
- ECLI:NL:HR:2026:239 — 13-02-2026 Hoge Raad
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Faillissementsrecht; arbeidsrecht. Is boedel over loon dat o.g.v. art. 40 Fw boedelschuld is wettelijke verhoging (art. 7:625 BW) en wettelijke rente verschuldigd, ook over loon dat valt onder loongarantieregeling van art. 61 e.v.… - ECLI:NL:HR:2024:1871 — 13-12-2024 Hoge Raad
Arbeidsrecht. Uitleg bonusregeling in arbeidsovereenkomst. Bewijslastverdeling. Betekenis van gegeven dat werkgever niet heeft voldaan aan informatieplicht van art. 7:655 lid 1 BW. Richtlijn 2019/1152. Vorderingen i.v.m. overwerk en loon over vakantiedagen: passeren betwisting. - ECLI:NL:HR:2023:408 — 17-03-2023 Hoge Raad
Internationaal privaatrecht. Conflictenrecht. Toepasselijk recht op arbeidsovereenkomst bij internationaal wegvervoer. Criterium van gewoonlijke werkland (art. 6 lid 2, onder a, EVO; art. 8 lid 2 Verordening Rome I). Uitzonderingsbepaling van kennelijk nauwere band met ander… - ECLI:NL:HR:2018:2165 — 23-11-2018 Hoge Raad
IPR. Toepasselijk recht op arbeidsovereenkomst bij internationaal wegvervoer. Criterium van gewoonlijke werkland (art. 6 lid 2 onder a EVO; art. 8 lid 2 Verordening Rome I). Uitzonderingsbepaling van kennelijk nauwere band met ander land (art. 6 lid 2, slotzin, EVO; art. 8 lid 4… - ECLI:NL:HR:2017:2907 — 17-11-2017 Hoge Raad
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Faillissementsrecht, arbeidsrecht. Is uitkering in geld voor niet genoten vakantiedagen (art. 7:641 BW) een boedelschuld (art. 40 lid 2 Fw)? Geldt HR 3 december 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA3819, NJ 2000/53 (LISV/Wilderink q.q.) nog na HR 19 april…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.