Art. 7:528 Burgerlijk Wetboek Boek 7

Lid 1

Onverminderd artikel 526, betaalt de betaaldienstverlener van de betaler, in geval van een niet-toegestane betalingstransactie, de betaler onmiddellijk het bedrag van de niet-toegestane betalingstransactie terug en in elk geval uiterlijk aan het einde van de eerstvolgende werkdag, nadat hij bekend is geworden met de transactie of daarvan in kennis is gesteld.

Lid 2

Op grond van het eerste lid herstelt de betaaldienstverlener van de betaler de betaalrekening die met dat bedrag is gedebiteerd in de toestand zoals die geweest zou zijn wanneer de niet-toegestane betalingstransactie niet had plaatsgevonden. De valutadatum van de creditering van de betaalrekening van de betaler is uiterlijk de datum waarop het bedrag was gedebiteerd.

Lid 3

Het eerste lid is niet van toepassing indien de betaaldienstverlener van de betaler redelijke gronden heeft om fraude te vermoeden en hij deze gronden schriftelijk aan de Autoriteit Financiële Markten meedeelt.

Lid 4

Indien de betalingstransactie via een betaalinitiatiedienstverlener wordt geïnitieerd, betaalt de rekeninghoudende betaaldienstverlener onmiddellijk, en in elk geval uiterlijk aan het einde van de eerstvolgende werkdag, het bedrag van de niet-toegestane betalingstransactie terug en herstelt hij, in voorkomend geval, de betaalrekening die met dat bedrag was gedebiteerd, in de toestand zoals die geweest zou zijn wanneer de niet-toegestane betalingstransactie niet had plaatsgevonden.

Lid 5

Ingeval de betaalinitiatiedienstverlener aansprakelijk is voor de niet-toegestane betalingstransactie, vergoedt hij de rekeninghoudende betaaldienstverlener op diens verzoek onmiddellijk de geleden verliezen of de aan de betaler terugbetaalde bedragen, waaronder het bedrag van de niet-toegestane betalingstransactie. Overeenkomstig artikel 527, tweede lid, is de betaalinitiatiedienstverlener gehouden te bewijzen dat, binnen zijn verantwoordelijkheid, de betalingstransactie is geauthenticeerd, juist is geregistreerd en niet door een technische storing of enig ander falen in verband met de betaaldienst waarmee hij is belast, is beïnvloed.

Lid 6

Aanvullende financiële compensatie kan worden vastgesteld overeenkomstig het recht dat van toepassing is op de tussen de betaler en zijn betaaldienstverlener gesloten overeenkomst of de tussen de betaler en de betaalinitiatiedienstverlener gesloten overeenkomst, indien van toepassing.

Recente uitspraken

Art. 7:528 BW is sinds 2015 in 23 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Rb. Midden-Nederland en Hof Amsterdam.

  • ECLI:NL:HR:2021:749 — 21-05-2021 Hoge Raad
    Verbintenissenrecht. Afboekingen vanaf bankrekening waarvoor cliënt geen toestemming heeft gegeven; aansprakelijkheid bank? Richtlijn betaaldiensten 2007/64/EG (PSD1); Titel 7B van Boek 7 BW. Authenticatie door de bank (art. 7:527 BW, art. 59 PSD1). Grove nalatigheid cliënt?…
  • ECLI:NL:GHARL:2024:7950 — 24-12-2024 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Oplichting van rekeninghouder. Misbruik van betaalinstrument? Zorgplicht bank na melding van oplichting. Eigen schuld benadeelde.
  • ECLI:NL:GHSHE:2024:1108 — 02-04-2024 Hof 's-Hertogenbosch
    overboeking zonder toestemming (artikel 7:522 BW), schending zorgplicht bank, schending geheimhoudingsplicht uit overeenkomst
  • ECLI:NL:GHAMS:2019:3612 — 08-10-2019 Hof Amsterdam
    Richtlijn betalingsdiensten; 7:524BW-7:529 BW; niet-toegestane betalingstransacties; sprake van grove nalatigheid?; richtlijn conforme uitleg ‘onverwijld’ in artikel 7:524 BW en 7:526 BW.
  • ECLI:NL:GHAMS:2018:4466 — 04-12-2018 Hof Amsterdam
    Een bankrekeninghouder doet aangifte van oplichting wegens onbevoegdelijk gedane afschrijvingen van zijn bankrekening nadat hij zijn codes heeft opgestuurd naar een adres waarvan hij dacht dat het van de bank was. De afgeschreven bedragen zijn overgeschreven naar een…

Bekijk alle 23 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.