Art. 7:215 Burgerlijk Wetboek Boek 7
Lid 1
De huurder is niet bevoegd de inrichting of gedaante van het gehuurde geheel of gedeeltelijk te veranderen dan na schriftelijke toestemming van de verhuurder, tenzij het gaat om veranderingen en toevoegingen die bij het einde van de huur zonder noemenswaardige kosten kunnen worden ongedaan gemaakt en verwijderd.
Lid 2
Indien het de huur van woonruimte betreft, verleent de verhuurder binnen acht weken de toestemming in ieder geval, indien de voorgenomen veranderingen de verhuurbaarheid van het gehuurde niet schaden, dan wel niet leiden tot een waardedaling van het gehuurde.
Lid 3
Indien de verhuurder de toestemming niet verleent, kan de huurder vorderen dat de rechter hem zal machtigen tot het aanbrengen van de veranderingen. Indien de verhuurder niet tevens de eigenaar, vruchtgebruiker of erfpachter van de zaak is, draagt de verhuurder ervoor zorg dat ook de eigenaar, vruchtgebruiker of erfpachter tijdig in het geding wordt geroepen. Indien op de zaak een hypotheek rust, bestaat deze verplichting tevens ten aanzien van de hypotheekhouder.
Lid 4
De rechter wijst de vordering in ieder geval toe, indien de verhuurder op grond van lid 2 toestemming had behoren te geven. In andere gevallen wijst hij de vordering slechts toe, indien de veranderingen noodzakelijk zijn voor een doelmatig gebruik van het gehuurde door de huurder of het woongenot verhogen en geen zwaarwichtige bezwaren aan de zijde van de verhuurder zich tegen het aanbrengen daarvan verzetten.
Lid 5
De rechter kan aan de machtiging voorwaarden verbinden of daarbij een last opleggen; hij kan op vordering van de verhuurder de huurprijs verhogen, indien de veranderingen daartoe aanleiding geven.
Lid 6
Van de voorgaande leden kan niet ten nadele van de huurder worden afgeweken, tenzij het de buitenzijde van gehuurde woonruimte betreft.
Recente uitspraken
Art. 7:215 BW is sinds 2005 in 132 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Rb. Noord-Holland en Hof 's-Hertogenbosch.
- ECLI:NL:OGHACMB:2020:166 — 26-06-2020 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A
Bada Bing huur orkaan Irma, beperkende werking redelijkheid en billijkheid - ECLI:NL:GHDHA:2026:2506 — 11-08-2026 Hof Den Haag
Vordering verhuurder tot verwijdering van de door huurder zonder toestemming aangebrachte overkapping wordt alsnog afgewezen. De (aangepaste) overkapping is op eenvoudige wijze te verwijderen. - ECLI:NL:GHARL:2026:2616 — 28-04-2026 Hof Arnhem-Leeuwarden
Vordering tot ontruiming huurwoning vanwege dringend eigen gebruik. Het enkele feit dat de verhuurder wil overgaan tot de uitvoering van een bouw/renovatieplan levert in beginsel geen grond op voor dringend eigen gebruik, in de regel ook niet als de exploitatie van het verhuurde… - ECLI:NL:GHAMS:2026:745 — 03-02-2026 Hof Amsterdam
In dit kort geding verschillen partijen van mening over de vraag of geintimeerde de door haar geplaatste camera’s op de buitenzijde van haar woning, die zij huurt van Ymere, moet verwijderen. Volgens Komies heeft zij de camera’s geplaatst, omdat zij overlast ervaart van een… - ECLI:NL:GHDHA:2025:2257 — 04-11-2025 Hof Den Haag
Huurrecht. Vordering vernietiging van de huurovereenkomst op grond van dwaling, dan wel ontbinding of vaststelling van de datum van beëindiging van de huurovereenkomst omdat de huurovereenkomst is opgezegd. Niet voldaan aan het kenbaarheidsvereiste. De tekortkoming in de…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.