Art. 7:920 Burgerlijk Wetboek Boek 7

English version

Lid 1

De franchiseovereenkomst bepaalt in ieder geval:

  1. de wijze waarop wordt vastgesteld:

    1. of goodwill aanwezig is in de onderneming van de franchisenemer;

    2. zo ja, welke omvang deze heeft; en

    3. in welke mate deze aan de franchisegever is toe te rekenen;

  2. op welke wijze goodwill die redelijkerwijs is toe te rekenen aan de franchisenemer bij beëindiging van de franchiseovereenkomst aan de franchisenemer wordt vergoed, indien de franchisegever de franchiseonderneming van de betreffende franchisenemer overneemt om deze onderneming zelfstandig voort te zetten, danwel over te dragen aan een derde met wie de franchisegever een franchiseovereenkomst sluit.

Lid 2

Een beding dat de franchisenemer beperkt in zijn bevoegdheid om na het einde van de franchiseovereenkomst op zekere wijze werkzaam te zijn, is slechts geldig als:

  1. het op schrift is gesteld;

  2. de beperking tot uitoefening van werkzaamheden enkel betrekking heeft op goederen of diensten die concurreren met de goederen of diensten waarop de franchiseovereenkomst betrekking heeft;

  3. de beperking onmisbaar is om de door de franchisegever aan de franchisenemer overgedragen knowhow te beschermen;

  4. het de duur van een jaar na het einde van de franchiseovereenkomst niet overschrijdt; en

  5. de geografische reikwijdte niet ruimer is dan het gebied waarbinnen de franchisenemer de franchiseformule op grond van de betreffende franchiseovereenkomst heeft geëxploiteerd.

Recente uitspraken

Art. 7:920 BW is sinds 2021 in 24 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Rb. Rotterdam en Hof Arnhem-Leeuwarden.

  • ECLI:NL:GHAMS:2025:673 — 18-03-2025 Hof Amsterdam
    Franchise of selectieve distributie. Zijn de dealer- en reparateurovereenkomsten die autobedrijven met de importeur/fabrikant hebben gesloten, aan te merken als franchise in de zin van art. 7:911 BW?
  • ECLI:NL:GHARL:2024:2397 — 09-04-2024 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Hoger beroep van ECLI:NL:RBGEL:2022:2364; einde van franchiseovereenkomst; geen beëindiging met onderling goedvinden; gevolgen coronacrisis; schending van non-concurrentiebeding en van geheimhoudingsbeding; matiging contractuele boetes Artikelen 6:94 lid 1 en 258 lid 1 en…
  • ECLI:NL:GHARL:2024:874 — 06-02-2024 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Wet Franchise. Overgangsrecht. 7:913 BW. Stand still periode. Vereisten ontbinding. Schending zorgplichten artikel 7:912/919 BW geen grond voor vernietiging.
  • ECLI:NL:GHARL:2024:870 — 06-02-2024 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Wijziging franchiseovereenkomst. Uitleg wijzigingsbeding en regeling collectieve opzegging. Vraag of beding onredelijk bezwarende karakter heeft en of het beroep op het wijzigingsbeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.
  • ECLI:NL:RBROT:2026:2760 — 17-03-2026 Rb. Rotterdam
    Kort geding. Vordering tot nakoming overeenkomst en schorsing non-concurrentie- en relatiebeding.

Bekijk alle 24 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.