Art. 7:610a Burgerlijk Wetboek Boek 7
Hij die ten behoeve van een ander tegen beloning door die ander gedurende drie opeenvolgende maanden, wekelijks dan wel gedurende ten minste twintig uren per maand arbeid verricht, wordt vermoed deze arbeid te verrichten krachtens arbeidsovereenkomst.
Recente uitspraken
Art. 7:610a BW is sinds 2001 in 152 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden, Rb. Amsterdam en Hof 's-Hertogenbosch.
- ECLI:NL:HR:2023:443 — 24-03-2023 Hoge Raad
Arbeidsrecht. Overeenkomstenrecht. Maatstaf om overeenkomst als arbeidsovereenkomst aan te merken, art. 7:610 BW; betekenis vrijheid om te komen werken en vrijheid om zich te laten vervangen. Rechtsvormende taak Hoge Raad. - ECLI:NL:HR:2007:BA2504 — 29-06-2007 Hoge Raad
Arbeidsgeschil over de vraag of na een reeks van overeenkomsten voor bepaalde tijd op grond van art. 7:668a lid 1 onder a BW een overeenkomst voor onbepaalde tijd is gaan gelden. - ECLI:NL:HR:2006:AX9396 — 15-09-2006 Hoge Raad
Geschil over de ANWB en een instructrice op zijn slipschool over de vraag of er sprake is van een arbeidsovereenkomst; wettelijk rechtsvermoeden als bedoeld in art. 7:610a BW (81 RO). - ECLI:NL:HR:2006:AU9722 — 14-04-2006 Hoge Raad
Geschil tussen een universiteit en een ambtenarenvakbond en beurspromovendi over de vraag of tussen de universiteit en de beurspromovendi een arbeidsovereenkomst in de zin van art. 7:610 BW heeft bestaan of bestaat; gezagsverhouding, rechtsvermoeden als bedoeld in art. 7:610a… - ECLI:NL:HR:2002:AE8463 — 15-11-2002 Hoge Raad
-
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.