Art. 7:181 Burgerlijk Wetboek Boek 7
Lid 1
Een aanbod tot schenking dat door de dood van de aanbieder niet vervalt, kan niet worden aanvaard door iemand die op het tijdstip van overlijden van de aanbieder nog niet bestond.
Lid 2
Lid 1 is niet van toepassing:
indien de schenker heeft bepaald dat hetgeen hij schenkt aan een afstammeling van zijn vader of moeder, bij het overlijden van die afstammeling of op een eerder tijdstip zal ten deel vallen aan diens alsdan bestaande afstammelingen staaksgewijze;
indien de schenker heeft bepaald dat hetgeen hij aan iemand schenkt, bij het overlijden van de begiftigde of op een eerder tijdstip zal ten deel vallen aan een afstammeling van een ouder van de schenker, en tevens dat, indien die afstammeling dat tijdstip niet overleeft, diens alsdan bestaande afstammelingen staaksgewijze in diens plaats zullen treden;
indien de schenker heeft bepaald dat hetgeen de begiftigde van het hem geschonkene bij zijn overlijden of op een eerder tijdstip onverteerd zal hebben gelaten, alsdan zal ten deel vallen aan een dan bestaande bloedverwant van de schenker in de erfelijke graad.
Recente uitspraken
Art. 7:181 BW is sinds 2011 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof 's-Hertogenbosch en Rb. Leeuwarden.
- ECLI:NL:GHSHE:2016:1938 — 17-05-2016 Hof 's-Hertogenbosch
Een vrouw valt tijdens een paardrijles van een paard. Zij stelt op grond van art. 6:181 BW de manegehouder aansprakelijk voor de gevolgen van de val. Het hof acht art. 6:181 lid 1 BW van toepassing, omdat de manegehouder het paard waarop de vrouw reed en dat bij haar was gestald… - ECLI:NL:RBLEE:2011:BP7493 — 09-03-2011 Rb. Leeuwarden
Arbeidszaak: Werknemer stelt zich te hebben geblesseerd bij het uitladen van een paard. Werkgever niet aansprakelijk voor de gestelde schade.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.