Art. 7:768 Burgerlijk Wetboek Boek 7

Lid 1

De opdrachtgever kan, zonder beroep te doen op artikel 262 van Boek 6 en onder behoud van zijn recht op oplevering, maximaal 5% van de aanneemsom inhouden op de laatste termijn of laatste termijnen en dit bedrag in plaats van aan de aannemer te betalen, in depot storten bij een notaris.

Lid 2

De aannemer stelt de opdrachtgever uiterlijk twee maanden na het tijdstip van oplevering, doch niet eerder dan één maand na dat tijdstip, schriftelijk in de gelegenheid aan te geven of hij van de in artikel 262 van Boek 6 toegekende bevoegdheid gebruik wenst te maken. De aannemer stuurt hiervan een afschrift aan de notaris.

Lid 3

De notaris brengt het bedrag in de macht van de aannemer nadat drie maanden zijn verstreken na het tijdstip van oplevering, indien hij het afschrift, bedoeld in het tweede lid, heeft ontvangen, tenzij de opdrachtgever van de in artikel 262 van Boek 6 toegekende bevoegdheid wenst gebruik te maken. In dat geval deelt de opdrachtgever aan de notaris mee tot welk bedrag het depot moet worden gehandhaafd.

Lid 4

De notaris brengt het bedrag voorts in de macht van de aannemer voor zover de opdrachtgever daarin toestemt, de aannemer een aan het depot gelijkwaardige zekerheid stelt of bij een uitspraak die partijen bindt, is beslist dat een depot niet of niet langer gerechtvaardigd is.

Lid 5

Indien de opdrachtgever aan de aannemer schadevergoeding verschuldigd is wegens de in lid 1 bedoelde depotstorting of de door de aannemer gestelde gelijkwaardige zekerheid, wordt deze gesteld op de wettelijke rente bedoeld in artikel 119 van Boek 6. Gedurende de drie maanden bedoeld in lid 3, is zij niet verschuldigd, zelfs niet indien geen gebreken worden geconstateerd.

Recente uitspraken

Art. 7:768 BW is sinds 2010 in 32 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Rb. Overijssel en Rb. Rotterdam.

  • ECLI:NL:HR:2021:1804 — 03-12-2021 Hoge Raad
    Verbintenissenrecht. Art. 7:768 BW; notarieel depot; 5%-regeling. Kan bankgarantie gezien de voorwaarden voor het inroepen ervan worden aangemerkt als vervangende zekerheid als bedoeld in art. 7:768 lid 3 BW? Wet kwaliteitsborging voor het bouwen.
  • ECLI:NL:HR:2021:1803 — 03-12-2021 Hoge Raad
    Verbintenissenrecht. Onrechtmatige daad. Bankgarantie op de voet van art. 7:768 lid 3 BW. Is een bank die een bankgarantie afgeeft gehouden acht te slaan op de onderliggende rechtsverhouding tussen opdrachtgever en begunstigde?
  • ECLI:NL:GHAMS:2026:1335 — 12-05-2026 Hof Amsterdam
    Klacht VvE tegen een notaris en een kandidaat-notaris. VvE maakt bezwaar tegen levering appartement. Projectnotaris, (on)partijdigheid. Klacht notaris niet-ontvankelijk en klacht kandidaat-notaris ongegrond.
  • ECLI:NL:GHARL:2025:5584 — 02-09-2025 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Geschil over meerwerk. Na een tussenarrest (ECLI:NL: GHARL:2024:3511) waarin het hof aan de aannemer een bewijsopdracht heeft gegeven, komt het hof in het eindarrest tot het oordeel dat de aannemer het bewijs niet heeft geleverd.
  • ECLI:NL:GHSHE:2023:2364 — 18-07-2023 Hof 's-Hertogenbosch
    overeenkomst van aanneming. Oplevergebreken goed afgewerkt? Vervangende schadevergoeding. Klachtplicht, deskundige, verrekening stelposten en meer- en minderwerk.

Bekijk alle 32 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.