Art. 7:675 Burgerlijk Wetboek Boek 7
De arbeidsovereenkomst eindigt niet door de dood van de werkgever, tenzij uit de overeenkomst het tegendeel voortvloeit. Echter zijn zowel de erfgenamen van de werkgever als de werknemer bevoegd de arbeidsovereenkomst, voor een bepaalde tijd aangegaan, op te zeggen met inachtneming van de artikelen 670 en 672, als ware zij aangegaan voor onbepaalde tijd. Wanneer de nalatenschap van de werkgever ingevolge artikel 13 van Boek 4 wordt verdeeld, komt de bevoegdheid van de erfgenamen, bedoeld in de vorige zin, toe aan zijn echtgenoot of geregistreerde partner.
Recente uitspraken
Art. 7:675 BW is sinds 2018 in 3 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Rb. Midden-Nederland en Rb. Noord-Holland.
- ECLI:NL:GHAMS:2019:1913 — 21-05-2019 Hof Amsterdam
Geschil moeder en dochter over voortgang/overneming eenmanszaak van wijlen vader. Dochter is werknemer (voor twee halve dagen per week) van de eenmanszaak en heeft bij testament van vader de eenmanszaak gelegateerd gekregen. Ontbinding op de zogenoemde h-grond. Herplaatsing is… - ECLI:NL:RBMNE:2026:3529 — 18-06-2026 Rb. Midden-Nederland
Vraag of de overeenkomst van zorgverlening moet worden gekwalificeerd als een overeenkomst van opdracht of een arbeidsovereenkomst. Oordeel is dat het gaat om een arbeidsovereenkomst. Beëindiging van de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig vordering loon toegewezen, maar… - ECLI:NL:RBNHO:2018:11875 — 31-08-2018 Rb. Noord-Holland
WWZ. Er is nog immer sprake van een arbeidsovereenkomst. Afwijzen ontbindingsverzoek. Geen sprake h-grond.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.