afdeling Vierde. Bevoegdheden van de hulpofficier van justitie

Artikel 570

Lid 1

De in de volgende artikelen genoemde bevoegdheden kunnen ook door de daartoe aangewezen hulpofficier van justitie worden uitgeoefend:

  1. artikel 116, derde en vierde lid;

  2. artikel 126nb;

  3. artikel 126nd, met uitzondering van het zesde lid;

  4. artikel 126ne, met uitzondering van het derde lid;

  5. artikel 126ub;

  6. artikel 126ud;

  7. artikel 126ue, met uitzondering van het derde lid;

  8. artikel 126zj;

  9. artikel 126zl; en

  10. artikel 126zm, met uitzondering van het derde lid.

Lid 2

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de aanwijzing van een hulpofficier van justitie.