Artikel 553 Wetboek van Strafvordering

Lid 1

De rechter kan ambtshalve, op vordering van het openbaar ministerie of op verzoek van een betrokken procespartij de Hoge Raad een rechtsvraag stellen ter beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing, indien een antwoord op deze vraag nodig is om te beslissen en aan de beantwoording van deze vraag bijzonder gewicht kan worden toegekend, gelet op het met de vraag gemoeide zaaksoverstijgend belang.

Lid 2

Voordat de rechter de vraag stelt, worden de betrokken procespartijen in de gelegenheid gesteld een standpunt in te nemen over het voornemen om een vraag te stellen, alsmede over de inhoud van de te stellen vraag.

Lid 3

De beslissing waarbij de vraag wordt gesteld, vermeldt de relevante feitelijke en juridische context en de standpunten die door de betrokken procespartijen zijn ingenomen. Tevens bevat de beslissing een motivering dat met de beantwoording van de vraag wordt voldaan aan het eerste lid.

Lid 4

De griffier stelt de beslissing zo spoedig mogelijk ter kennis van de Hoge Raad.

Recente uitspraken

Art. 553 Sv is sinds 2002 in 46 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Den Haag, Hoge Raad en Hof Arnhem-Leeuwarden.

  • ECLI:NL:HR:2026:1615 — 06-10-2026 Hoge Raad
    Prejudiciële beslissing HR, art. 553 Sv. Post-Landeck, maken van “image” zonder rechterlijke machtiging en onderzoek aan digitale-gegevensdragers en geautomatiseerde werken, waaronder smartphones. Staat Unierecht eraan in de weg dat na inbeslagneming van (digitale-gegevensdrager…
  • ECLI:NL:HR:2026:1265 — 14-07-2026 Hoge Raad
    Prejudiciële beslissing HR, art. 553 Sv. Nareisfraude. Valsheid in geschrift door i.h.k.v. nareisprocedure in Turkije op formulier “Bijlage Verklaring burgerlijke staat” van IND gegevens te vermelden die onjuist zouden zijn, art. 225.1 Sr. Beantwoording van vraag of Nederland…
  • ECLI:NL:HR:2025:228 — 18-02-2025 Hoge Raad
    Prejudiciële beslissing HR, art. 553 Sv. Beantwoording vraag of art. art. 197b Sr (tewerkstelling van wederrechtelijk in Nederland verblijvende vreemdelingen) zich tot art. 197a.2 Sr (mensensmokkel uit winstbejag door behulpzaamheid bij verblijf in Nederland) verhoudt als…
  • ECLI:NL:HR:2025:204 — 11-02-2025 Hoge Raad
    Prejudiciële beslissing HR, art. 553 Sv. Beantwoording prejudiciële vraag als strafvorderlijke procedure reeds is beëindigd en verhouding tussen prejudiciële beslissing HR en cassatie in het belang van de wet. Pr heeft n.a.v. behandeling van vordering OM tot tenuitvoerlegging…
  • ECLI:NL:HR:2024:192 — 13-02-2024 Hoge Raad
    Handel in en aanwezig hebben van harddrugs (art. 2.A en 2.C Opiumwet), voorbereiden of bevorderen van Opiumwetdelicten (art. 10a Opiumwet), verhandelen van wapens en/of munitie (art. 9.1 WWM), voorhanden hebben van vuurwapens (art. 26 WWM) en witwassen (art. 420bis.1.b Sr). 1.…

Bekijk alle 46 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.