Artikel 555 Wetboek van Strafvordering

Lid 1

Nadat de procureur-generaal bij de Hoge Raad conclusie heeft genomen, bepaalt de Hoge Raad de dag waarop hij zal beslissen.

Lid 2

De Hoge Raad ziet af van beantwoording indien hij oordeelt dat de vraag zich niet voor beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing leent of de vraag van onvoldoende gewicht is om beantwoording te rechtvaardigen. De Hoge Raad kan zich bij de vermelding van de gronden van zijn beslissing beperken tot dit oordeel.

Lid 3

Indien het antwoord op de vraag, nadat deze is gesteld, niet meer nodig is voor de beslissing van de rechter kan de Hoge Raad, indien hem dat geraden voorkomt, de vraag desondanks beantwoorden.

Lid 4

De griffier van de Hoge Raad stelt de rechter die de vraag heeft gesteld en de betrokken procespartijen in kennis van de beslissing. De griffier van de Hoge Raad stelt de rechter die de vraag heeft gesteld eveneens in kennis van de conclusie van de procureur-generaal en de in artikel 554, vierde lid, bedoelde opmerkingen.

Lid 5

Tenzij het antwoord op de vraag niet meer nodig is om te beslissen, beslist de rechter, nadat hij de betrokken procespartijen in de gelegenheid heeft gesteld zich over de uitspraak van de Hoge Raad een standpunt in te nemen, met inachtneming van deze uitspraak.

Recente uitspraken

Art. 555 Sv is sinds 2002 in 10 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Hof Den Haag en Hof Arnhem-Leeuwarden.

  • ECLI:NL:HR:2025:204 — 11-02-2025 Hoge Raad
    Prejudiciële beslissing HR, art. 553 Sv. Beantwoording prejudiciële vraag als strafvorderlijke procedure reeds is beëindigd en verhouding tussen prejudiciële beslissing HR en cassatie in het belang van de wet. Pr heeft n.a.v. behandeling van vordering OM tot tenuitvoerlegging…
  • ECLI:NL:HR:2023:913 — 13-06-2023 Hoge Raad
    Prejudiciële beslissing HR, art. 553 Sv. 1. Prejudiciële procedure in strafzaken. 2. Beantwoording vragen over o.a. betekenis van (internationale of interstatelijke) vertrouwensbeginsel voor beoordeling van rechtmatigheid en betrouwbaarheid van resultaten die zijn verkregen met…
  • ECLI:NL:HR:2002:AE2098 — 24-09-2002 Hoge Raad
    -
  • ECLI:NL:HR:2002:AD8843 — 25-06-2002 Hoge Raad
    -
  • ECLI:NL:OGHACMB:2016:197 — 19-04-2016 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A
    Aruba. Schadevergoeding ter zake van strafvorderlijk optreden. Optreden arrestatieteam in verband met uitlevering. Schietincident. Eindvonnis van ECLI:NL:OGHACMB:2015:98. Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2018:602

Bekijk alle 10 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.