Artikel 56 Wetboek van Strafvordering
Lid 1
De officier van justitie of de hulpofficier voor wie de verdachte wordt geleid of die zelf de verdachte heeft aangehouden, kan, bij het bestaan van ernstige bezwaren tegen deze, in het belang van het onderzoek bepalen dat deze aan zijn lichaam of kleding zal worden onderzocht.
Lid 2
De officier van justitie kan bij het bestaan van ernstige bezwaren tegen de verdachte, in het belang van het onderzoek bepalen dat deze in zijn lichaam wordt onderzocht. Onder onderzoek in het lichaam wordt verstaan: het uitwendig schouwen van de openingen en holten van het onderlichaam, röntgenonderzoek, echografie en het inwendig manueel onderzoek van de openingen en holten van het lichaam. Het onderzoek in het lichaam wordt verricht door een arts. Het onderzoek wordt niet ten uitvoer gelegd indien zulks om bijzondere geneeskundige redenen onwenselijk is.
Lid 3
De in het eerste en tweede lid bedoelde onderzoeken worden op een besloten plaats en voor zover mogelijk door personen van hetzelfde geslacht als de verdachte verricht.
Lid 4
De overige opsporingsambtenaren zijn bevoegd den aangehoudene tegen wien ernstige bezwaren bestaan, aan zijne kleeding te onderzoeken.
Recente uitspraken
Art. 56 Sv is sinds 1994 in 35 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Hof Amsterdam en Hof 's-Hertogenbosch.
- ECLI:NL:HR:2016:1115 — 07-06-2016 Hoge Raad
Art. 28 en 359a Sv. Artt. 5 en 6 EVRM. Consultatierecht. Recht op bijstand tijdens verhoor. Verbalisanten hebben tijdens een verhoor geen gevolg gegeven aan het tweemaal gedane verzoek van de (aangehouden) verdachte -– die voorafgaand aan het verhoor van zijn recht een advocaat… - ECLI:NL:HR:2014:1365 — 10-06-2014 Hoge Raad
Onderzoek aan de kleding, art. 9.2 Ow. Het Hof heeft vastgesteld dat de verdachte, tegen wie ernstige bezwaren bestonden t.z.v. overtreding van de Opiumwet, zich niet alleen heeft moeten ontkleden tot aan zijn onderbroek, maar ook dat de verbalisant vervolgens door met zijn hand… - ECLI:NL:HR:2014:36 — 07-01-2014 Hoge Raad
Art. 359a Sv. Verwerping verweer strekkende tot bewijsuitsluiting. Onderzoek aan de kleding o.g.v. art. 9.2 Opiumwet. Ernstige bezwaren. Hetgeen het Hof heeft vastgesteld - waarbij het Hof verdachtes antecedenten op het gebied van de Opiumwet heeft genoemd - brengt mee dat de… - ECLI:NL:HR:2013:955 — 15-10-2013 Hoge Raad
Art. 56 Sv, onderzoek aan kleding. Het oordeel van het Hof dat in de vastgestelde omstandigheden ‘het een klein stukje oplichten van de rok’ geen onderzoek aan de kleding a.b.i. art. 56 Sv oplevert, is onjuist. - ECLI:NL:HR:2012:BX8742 — 06-11-2012 Hoge Raad
Jeugdzaak. Bewijsuitsluiting. Art. 9.4 Politiewet 1993. Art. 28 en 29 Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar (Besluit). Art. 9.4 Politiewet 1993 jo. art. 28.1 en art. 29 Besluit, verleent aan de daar bedoelde…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.