Artikel 59a Wetboek van Strafvordering

Lid 1

Uiterlijk binnen drie dagen en achttien uur, te rekenen vanaf het tijdstip van de aanhouding, wordt de verdachte ten einde te worden gehoord voor de rechter-commissaris geleid.

Lid 2

De rechter-commissaris bepaalt, na daartoe van de officier van justitie een verzoek te hebben ontvangen, onverwijld tijd en plaats van het verhoor en geeft hiervan kennis aan de officier van justitie, de verdachte en de raadsman.

Lid 3

De verdachte is bevoegd zich bij het verhoor door een raadsman te doen bijstaan. De raadsman wordt bij het verhoor in de gelegenheid gesteld de nodige opmerkingen te maken. De officier van justitie is bevoegd het verhoor bij te wonen en daarbij de nodige opmerkingen te maken.

Lid 4

De verdachte kan bij zijn verhoor de rechter-commissaris zijn invrijheidstelling verzoeken.

Lid 5

Indien de rechter-commissaris de inverzekeringstelling onrechtmatig oordeelt, beveelt hij de onmiddellijke invrijheidstelling van de verdachte. In het andere geval tekent de rechter-commissaris zijn beslissing in het proces-verbaal van het verhoor aan of, ingeval de verdachte een verzoek tot invrijheidstelling heeft gedaan, wijst de rechter-commissaris het verzoek af. De aantekening wordt door de rechter-commissaris gewaarmerkt.

Lid 6

De beschikking is gedagtekend, ondertekend en met redenen omkleed. De rechter-commissaris doet deze onverwijld toekomen aan de officier van justitie en de verdachte.

Recente uitspraken

Art. 59a Sv is sinds 2000 in 32 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Hof Den Haag en Rb. Amsterdam.

  • ECLI:NL:HR:2026:679 — 17-04-2026 Hoge Raad
    Overheidsprivaatrecht. Procesrecht. Aansprakelijkheid Staat voor strafrechtelijk optreden. Art. 5 lid 1 en 3 EVRM en art. 37, aanhef en onder b en d, IVRK. Inverzekeringstelling minderjarige (art. 57 Sv). Betekenis beschikking ex art. 89 (oud) Sv voor civiele…
  • ECLI:NL:HR:2017:1011 — 06-06-2017 Hoge Raad
    OM-cassatie tegen beschikking Rb op h.b. OvJ tegen beschikking RC tot onmiddellijke invrijheidstelling verdachte, art. 59a, 59c en 446.2 Sv. De stukken van het geding laten geen andere uitleg toe dan dat - de beschikking van de RC, waarbij verdachtes verzoek tot onmiddellijke…
  • ECLI:NL:HR:2012:BW9199 — 26-06-2012 Hoge Raad
    OM-cassatie. Onrechtmatige staandehouding i.h.k.v. Mobiel Toezicht Vreemdelingen (MTV) een vormverzuim a.b.i. art. 359a Sv? De klacht dat het Hof ten onrechte is uitgegaan van het oordeel van de ABRvS, faalt op de gronden vermeld in de conclusie van de AG onder 7.1.2. Uit…
  • ECLI:NL:HR:2010:BO2974 — 21-12-2010 Hoge Raad
    Jeugdzaak.Verstekverlening. Aanwezigheidsrecht. Uit de stukken moet worden afgeleid dat verdachte ten tijde van de behandeling van zijn zaak in hoger beroep uit anderen hoofde was gedetineerd, zodat ’s Hofs beslissing om verstek tegen verdachte te verlenen en het onderzoek ttz.…
  • ECLI:NL:HR:2008:BB8883 — 08-01-2008 Hoge Raad
    Aanwenden rechtsmiddelen onder een andere naam. Uit de artt. 449-452 Sv moet worden afgeleid dat een rechtsmiddel slechts kan worden aangewend onder bekendmaking van de persoonsgegevens van verdachte, HR LJN AB0259. Het spreekt vanzelf dat die gegevens de ware persoonsgegevens…

Bekijk alle 32 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.