Artikel 55c Wetboek van Strafvordering

Lid 1

De ambtenaren, bedoeld in artikel 141, en de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 2, onder b, van de Politiewet 2012 en de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 2, onder c, van die wet, voor zover zij zijn aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie en zij tevens buitengewoon opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 142 zijn, stellen de identiteit van de aangehouden verdachte vast op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste en tweede volzin.

Lid 2

De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, nemen met het oog op het vaststellen van de identiteit van een verdachte die is aangehouden wegens een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, of die wordt verhoord wegens een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, zonder dat hij is aangehouden, een of meer foto’s en vingerafdrukken. De vingerafdrukken worden vergeleken met de van verdachten overeenkomstig dit wetboek verwerkte vingerafdrukken en, indien vermoed wordt dat de verdachte een vreemdeling is, met de overeenkomstig de Vreemdelingenwet 2000 verwerkte vingerafdrukken.

Lid 3

De officier van justitie of de hulpofficier beveelt dat van iedere andere verdachte dan de verdachte, bedoeld in het tweede lid, over wiens identiteit twijfel bestaat, een of meer foto’s en vingerafdrukken worden genomen. Het tweede lid, laatste volzin, is van overeenkomstige toepassing.

Lid 4

De foto’s en vingerafdrukken, bedoeld in het tweede en derde lid, kunnen ook worden verwerkt voor het voorkomen, opsporen, vervolgen en berechten van strafbare feiten en het vaststellen van de identiteit van een lijk.

Lid 5

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de uitvoering van het nemen van de foto’s en vingerafdrukken, bedoeld in het tweede en derde lid, en voor het verwerken van de resultaten daarvan.

Wordt genoemd in:

Recente uitspraken

Art. 55c Sv is sinds 2015 in 5 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Hof Amsterdam en Hof Arnhem-Leeuwarden.

  • ECLI:NL:HR:2018:612 — 17-04-2018 Hoge Raad
    OM-cassatie. Het niet voldoen aan de verplichting om medewerking te verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken, hem opgelegd krachtens het WvSv, art. 447e Sr. O.g.v. art. 55c.2 en 3 Sv komt – onder de in die bepaling gestelde voorwaarden – aan de ambtenaren a.b.i. in…
  • ECLI:NL:HR:2015:516 — 03-03-2015 Hoge Raad
    Geen identiteitscontrole. V.zv. het middel berust op de opvatting dat reeds de omstandigheid dat de opsporingsambtenaren de identiteit van de aangehouden persoon niet hebben vastgesteld op de voet van art. 55c Sv jo. art. 27a.1.eerste en tweede volzin, Sv meebrengt dat de opgave…
  • ECLI:NL:GHAMS:2024:3431 — 13-12-2024 Hof Amsterdam
    Het hof veroordeelt voor weerspannigheid bij het afnemen van vingerafdrukken. Het verweer dat de verbalisanten niet ‘werkzaam waren in de rechtmatige uitoefening van hun bediening’ bij de vaststelling van de identiteit van verdachte, wordt verworpen.
  • ECLI:NL:GHARL:2016:6348 — 05-08-2016 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Legt artikel 55c lid 2 Sv de verdachte een verplichting op tot het verlenen van medewerking aan het nemen van een of meer vingerafdrukken? Het openbaar ministerie concludeert dat dat het geval is. Het hof deelt de conclusie van het openbaar ministerie niet. Het lex certa…
  • ECLI:NL:RBNNE:2018:1191 — 28-03-2018 Rb. Noord-Nederland
    Toewijzing verzoek schadevergoeding ex art. 591a Sv na onterecht beleidssepot. Gelet op de stand van de jurisprudentie en in het bijzonder de conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad d.d. 6 maart 2018 (ECLI:NL:PHR:2018:178) is de rechtbank van oordeel dat de zaak…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.