Artikel 27a Wetboek van Strafvordering
Lid 1
De verdachte wordt ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit gevraagd naar zijn naam, voornamen, geboorteplaats en geboortedatum, het adres waarop hij in de basisregistratie personen is ingeschreven en het adres van zijn feitelijke verblijfplaats. Het vaststellen van zijn identiteit omvat tevens een onderzoek van een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. In de gevallen, bedoeld in artikel 55c, tweede en derde lid, omvat het vaststellen van zijn identiteit tevens het nemen van een of meer foto’s en vingerafdrukken.
Lid 2
In de gevallen waarin van de verdachte overeenkomstig dit wetboek vingerafdrukken zijn genomen en verwerkt, omvat het vaststellen van zijn identiteit ter verificatie het nemen van zijn vingerafdrukken en het vergelijken van die vingerafdrukken met de van hem verwerkte vingerafdrukken. In de andere gevallen omvat het vaststellen van zijn identiteit een onderzoek van een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 27a Sv is sinds 2012 in 5 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Rb. Gelderland en Rb. Rotterdam.
- ECLI:NL:HR:2025:135 — 04-02-2025 Hoge Raad
Vervoeren van 16 kilo cocaïne (art. 2.B Opiumwet) en 2,8 kilo henneptoppen (art. 3.B Opiumwet), aanwezig hebben van 18 kilo hennep (art. 3.C Opiumwet), voorhanden hebben van wapens en munitie (art. 26.1 WWM), voorhanden hebben van valse identiteitsbewijzen en rijbewijzen (art.… - ECLI:NL:HR:2018:612 — 17-04-2018 Hoge Raad
OM-cassatie. Het niet voldoen aan de verplichting om medewerking te verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken, hem opgelegd krachtens het WvSv, art. 447e Sr. O.g.v. art. 55c.2 en 3 Sv komt – onder de in die bepaling gestelde voorwaarden – aan de ambtenaren a.b.i. in… - ECLI:NL:HR:2012:BX4153 — 04-09-2012 Hoge Raad
Het Hof heeft geoordeeld dat nu twijfel bestaat over de identiteit van de ter terechtzitting in hoger beroep verschenen verdachte, deze situatie moet worden gelijkgesteld met het aanwenden van een rechtsmiddel door of namens een NN-verdachte, en heeft verdachte cfm HR LJN AB0259… - ECLI:NL:RBROT:2024:11369 — 26-07-2024 Rb. Rotterdam
Wrakingsverzoek. De wrakingskamer verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek. Verzoeker is door de wrakingskamer in de gelegenheid gesteld om toe te lichten welke feiten of omstandigheden zich hebben voorgedaan waardoor volgens verzoeker de rechterlijke onpartijdigheid… - ECLI:NL:RBGEL:2021:2725 — 27-05-2021 Rb. Gelderland
Wraking ongegrond; Procesbeslissingen bij een anonieme getuigenverhoor en niet eenduidige communicatie van de rechter leveren geen grond voor wraking op, ook niet in onderlinge samenhang bezien.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.