Artikel 27 Wetboek van Strafvordering
Lid 1
Als verdachte wordt vóórdat de vervolging is aangevangen, aangemerkt degene te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit voortvloeit.
Lid 2
Daarna wordt als verdachte aangemerkt degene tegen wie de vervolging is gericht.
Lid 3
De aan de verdachte toekomende rechten komen tevens toe aan de ambtenaar die in de uitoefening van zijn functie geweld heeft gebruikt en ten aanzien van welk geweldgebruik een feitenonderzoek als bedoeld in artikel 511a is ingesteld en de veroordeelde tegen wie een strafrechtelijk financieel onderzoek is ingesteld of te wiens aanzien op een vordering van het openbaar ministerie als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht niet onherroepelijk is beslist.
Lid 4
De verdachte die de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst, is bevoegd zich te laten bijstaan door een tolk.
Recente uitspraken
Art. 27 Sv is sinds 1981 in 483 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Rb. Amsterdam en Hof Den Haag.
- ECLI:NL:HR:2026:650 — 14-04-2026 Hoge Raad
Medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. invoer van harddrugs (art. 10a.1.2 Opiumwet) en medeplegen gewoontewitwassen van geldbedragen (art. 420ter.1 jo. 420bis.1.b Sr). 1. Betekenis van EncroChat-uitspraak van HvJ EU voor toetsingskader dat is uiteengezet in HR:2023:913 over… - ECLI:NL:HR:2025:285 — 18-02-2025 Hoge Raad
Medeplegen opzettelijk aanwezig hebben van ruim 5,5 kilogram hennep, aangetroffen in auto (art. 3.C Opiumwet). Rechtmatigheid van fouillering van verdachte en doorzoeking van auto, ernstige bezwaren t.z.v. Opiumwetfeit. 1. Kon hof oordelen dat sprake is van redelijk vermoeden… - ECLI:NL:HR:2025:284 — 18-02-2025 Hoge Raad
Medeplegen opzettelijk aanwezig hebben van ruim 5,5 kilogram hennep, aangetroffen in auto (art. 3.C Opiumwet). Rechtmatigheid van fouillering van verdachte en doorzoeking van auto, ernstige bezwaren t.z.v. Opiumwetfeit. 1. Kon hof oordelen dat sprake is van redelijk vermoeden… - ECLI:NL:HR:2024:1781 — 03-12-2024 Hoge Raad
Verlaten plaats ongeval, art. 7.1 WVW 1994. Schending informatieplicht art. 27c.2 Sv voor verhoor van niet-aangehouden verdachte. Verweer dat opsporingsambtenaren de verdachte hadden moeten wijzen op zijn recht op rechtsbijstand, voordat ze hem in zijn woning vragen stelden over… - ECLI:NL:HR:2024:1769 — 03-12-2024 Hoge Raad
Verduistering crossmotor tijdens proefrit (art. 321 Sr). Schending cautieplicht art. 29.2 Sv en informatieplicht art. 27c.2 Sv voor verhoor van niet-aangehouden verdachte. Verweer dat opsporingsambtenaar verplicht was cautie te geven aan verdachte en hem te wijzen op zijn recht…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.